Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kruis des lijdens op dien tijd ook mocht zgn, ja, honderd a kruisen en rivieren van verdrukking zouden deze liefde niet hebben n uitgebluscht. Al had iemand mg nu een huis met goud of zilver, ja, duizend werelden met schepter en troon aangeboden, ik zou dat » alles met Paulus als schade en drek gerekend hebben. Ik was met Panlus als in den Geest opgetrokken. Naar mg'n plaats gaande, moest ik uitroepen, niet alleen, dat ik nu met den Heere Jezus li Avondmaal gehouden had, maar ik vond mg'n hart nog zóó in liefde n met Hem vereenigd, dat ik geloovig kon zeggen: „Al wat aan i Hem is, is gansch begeerlgk; zulk een is mg'n Liefste; ja, zulk een i is mg'n Vriend." — Ja, ik kon nu vertellen aan hen, die God i vreezen, wat Hij aan mg'n ziel gedaan had.

Wanneer Ds. Hellenbroek predikte in de Groote Kerk, uit Matth. 26 : 6—13, over het liefdewerk van Maria, werd mgn ziel ook op dien tgd in liefdesuitgangen tot mijnen dierbaren Heere I Jezus zóó bewerkt, dat ik al wederom moest uitroepen met de J Bruid, uit kracht van zijn liefdesuitvloeiingen in mg'n ziel, die mg r drongen tot wederliefde: „Al wat aan Hem is, is gansch begeerlijk; zulk een is mg'n Liefste; ja, zulk een is mg'n Vriend, gg' dochters a van Jeruzalem!" — En met het genot van deze zgn liefde was mijn ziel zóó vervuld, dat ik in heilige verwondering met Lodenstein uitriep:

0! heilig, vroolijk dronken! t Zoo veilig ingeschonken,

Der zaligheden zee! Lief, lieflijk sterven, leven! Ziel, lichaam zoo te geven

In de ongegronde zee. \ g

O! de Heere Jezus toonde toen aan mij wat Hg' had willen en moeten doen uit liefde, om mij door zijn lgden en sterven en zijn ( volmaakte gehoorzaamheid en voldoening aan zgns Vaders gerechtigheid met ziel en lichaam te koopen en mg' zoo tot zgn eigendom te krijgen. Ik kon op den stoel niet meer blijven zitten; ik zonk als in mijn onwaardigheid weg met den* hoofdman, wegens het zalige en heerlgke, waarin ik Hem aanschouwde in zijn heiligdom, voelende zijn sterkte en ziende zijn eer en heerlgke majesteit, alsof ik met de drie discipelen, Petrus, Johannes en Jakobus, op den berg Thabor was; ik had het nu zoo goed, dat ik ook met Petrus

Sluiten