Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik werd te dezer tgd verheugd, En voelde niets dan hemelvreugd; 't Schoonste van alle aardsche zaken Kon mgn ziel ook niet vermaken;

Zulk een zoete zoetigheid

Lag in 't peinzen opgeleid.

Want de groote Christus ontdekte zich aan mg, gelijk Hg eens deed aan de Emmaüsgangers, wier overleggingen Hg kende, want Hg' wist, als de alwetende God, wat in den mensch was. Ik kreeg inzien in de waarheid, welke wij vinden in Openb. 7 : 13—15, waar een van de ouderlingen zeide: „Wie zgn dezen, die bekleed zijn met lange, witte kleederen? Dezen zijn het, die uit de groote verdrukking komen, die wit gemaakt zijn door het bloed des Lams, en dezen zijn nu al voor den troon en dienen Hem dag en nacht in zgn tempel." — Mijn ziel kon nu gelooven, dat ik ook het kleed van Christus' gerechtigheid en heiligheid was deelachtig geworden, uit kracht van zgn dierbare verdiensten; ik kon ook gelooven, wanneer ik voor Hem, voor zgn Naam, zaak, eer en waarheid zal geleden en gestreden en zijn raad, met Asaf, uitgediend zal hebben, dat ik dan ook tot Hem zal opgenomen worden, bij al de verheerlijkten en gezaligden voor zijn troon, om Hem alsdan te dienen en heerlgkheid te geven. Door het beschouwend gezicht werd mgn ziel in liefde tot den Heere Jezus vervuld, zoodat mgn hart met de Emausgangers brandende werd van liefde, om mij weêr als opnieuw te verbinden, op te dragen en over te geven, om mgn leven voor Hem niet dierbaar te schatten, al moest ik hetzelve in den dood aan Hem overgeven, zelfs wanneer Hg' mg' tot den kruisdood riep en mg op dien tijd zijn kracht en genade maar geliefde te doen ondervinden. Hierop liet de Heere Jezus zich in liefde tot mij uit, waardoor ik als krank werd en bezweek. Hij kuste mij met de kussen zg'ns monds. O! de liefde van mg'n Liefste was de banier over mg, zoodat mgn ziel tot mijn Zielevriend moest zeggen, evenals Judas, maar niet de Iscariot: „Heere! wat is dit, dat Gij Uzelven zoo aan mij, zulk een zondaar, komt te openbaren en niet aan de wereld?"

Gelijk de Heere beloofd heeft, dat er te dien dage een wijngaard van rooden wijn zal zgn, dat Hij dien behoeden en alle oogenblikken bevochtigen zal, zoo heb ik ook de kracht van deze belofte

Sluiten