Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Wet, de heerschappij der zonden en van den dienst des duivels om tot den zaligen dienst van Jezus over te gaan en zijn gerechtigheid tot zijn deel te krijgen, om daardoor met al zijn volk tot God gebracht en met Hem verzoend en bevredigd te worden, om ook, naar Gods beeld veranderd zijnde, in het eeuwig, zalig, onveranderlijk verbond te worden overgebracht, om voor Hem in Christus te leven en daardoor niet alleen ontslag van al zijn schuld en straf te verkrijgen maar in Hem een kind Gods en een erfgenaam des eeuwigen levens'te worden. Op dit bidden en worstelen voor den Heere werd mijn ziel stilgemaakt, en ik gaf hem aan des Heeren vrije, ontfermende genade over en wenschte te berusten in zijnen eeuwigen raad, waarnaar Hij alle dingen werkt. De Heere heeft mij vervolgens doen zien, dat Hij het gebed zijner kinderen hoort en dat het gebed der rechtvaardigen veel bij Hem vermag, dewijl de Heere zijn raad eenige jaren hierna aan hem heeft willen uitvoeren, waaruit openbaar werd, dat Hij hem nog heeft willen bekeeren; dit bleek uit den brief, welken ik wel tien jaren na dit voorval van hem ontvangen heb, welken hij uit liefde aan mij geschreven heeft. O! wat is Gods weg in dezen niet aanbiddelijk!

Ik zal mij, zooveel als mogelijk is, bekorten. Want zou ik verhalen de wegen, die de Heere na deze vijf jaren met; nm gehouden heeft, in welke ik vijf jaren gedurig heb gewandeld in het licht van des Heeren aangezicht, terwijl ik in mijn betrekking als een kind Gods gevoelig mocht leven en werken; zou ik spreken van de overige dertig jaren, wanneer de Heere zijn weg met mij geliefde te veranderen, zoodat Hij mij meer door het geloof op de onveranderlijkheid van Gods liefde, verbond en beloften deed leven dan in den gevoeligen, vrijen genadeweg met een drieëemg God en door de liefdesuitlatingen en bewerkingen van den Heere Jezus — de tijd zou mij ook met Paulus ontbreken. Ik heb ook ondervonden hetgeen de zalige Ds. Eversdijk te Rotterdam in mijn eersten tijd tegen mij zeide: „De weg, dien ik ondervond, was de gewone weg niet, welken God met zijn kinderen gewoon was te houden; Hij zou mogelijk hierna wel een anderen weg met mij inslaan; doch ik mocht het goede zoolang genieten ten dage^des voorspoeds, maar ik moest leeren toezien ten dage des tegenspoeds." — Hij zeide verder: „Gij hebt te doen met een onveranderlijk God, die trouwe houdt tot in eeuwigheid. Gelieft de Heere een anderen weg met u te houden, Hij blijft de Heere; Hij zal u dan leeren hoe u daarin te gedragen. Ik zou geleid worden naar des Heeren raad.

Sluiten