Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Andere godzaligen zeiden en besloten uit mijn weg, dien de Heere met mg hield, dat ik vroeg naar den hemel zou gaan, of dat er een kruis van den Heere voor mij bereid was." - Het laatste is mij ook naar des Heeren wijzen en over mij bepaalden raad te beurt gevallen, want nadat de Heere Jezus mg met zijn drie discipelen Petrus, Jakobus en Johannes, op Thabor geleid had, alwaar ik zgn heerlijkheid mocht aanschouwen, heeft het Hem ook goed gedacht, om mg den tgd van dertig jaren met zich te nemen in (xethsemané, om aldaar zijn lijden in kracht gelijkvormig gemaakt te worden en met en voor zijn Naam en zaak te lijden want zoodra ik uit Holland kwam, begon de Heere mijn weg te' veranderen, en ik was in de stad Doesburg een spot en verachte fakkel m de oogen dergenen, die gerust waren, zoodat ik mijn ziel dagelijks moest kwellen over de zonden, die daar gepleegd werden In dien tijd was ik in deze stad bekend als zulk een, die vrijmoedig voor des Heeren Naam en zaak uitkwam en die zocht te spreken van het bevindelijk werk Gods, omtrent de hartyeranderende en vernieuwende genade, die een ziel door Gods Geest in de wedergeboorte komt te ondervinden, waardoor ze een geheel nieuw schepsel wordt, in Christus Jezus herschapen tot goede werken; ik zocht de menschen naar des Heeren Woord hiervan te overtuigen, opdat zij gelooven mochten, dat zij anders in het koninkrijk Gods niet konden ingaan, want ik was overtuigd, dat ik bekeerd was en dat ik ook moest trachten mijn broeders te bekeereu en te versterken, onder uitzien en afbidden van de medewerkende genade des Heiligen Geestes. De natuurlijke mensch kan toch niet begrgpen de dingen, die des Geestes Gods zijn; ze zijn hem dwaasheid; hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden moeten worden. Doch velen konden dat overtuigend werken op de consciëntie door de kracht der Waarheid niet verdragen, omdat hun werken boos waren; zij wilden daarom van het licht niet bestraft worden, maar zij ontdekten hun bitteren haat en vijandschap al gezet in het Paradijs tusschen het zaad der slang, den duivel en het vrouwenzaad, hetwelk is Christus met zijn geloovig eigendom, als zgn volk, dat Hg door zijn bloed gekocht heeft. Als ik nu geen gemeenschap kon hebben met hun onvruchtbare werken der duisternis, maar veeleer ze moest bestraffen, zoo ontdekten zich ras de haat en vijandschap, die in hun hart was, tegen mg, door uit te roepen, dat ik de menschen verdoemde en veroordeelde, waardoor zg mij met scheldwoorden nariepen, evenals de jongens van Bethel

Sluiten