Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij was nogal profeteerende bij haar uiteinde, want mijn dochter had een zoontje van negen maanden oud, dat niet wèl werd, en zij zeide: „Moeder! Jan Harmen is niet wèl."

Hierop antwoordde mijne vrouw: „Het kind zal sterven, en wij zullen tegelijk uitgedragen worden."

En dit is ook geschied, want het kind stierf 's Donderdagsavonds, en 's Vrijdagsavonds stierf mijn vrouw. Nadat zij even te voren tot mij gesproken had, werd er tot haar gezegd: „Vrouw Hermsen! gij zult nu haast hierboven zijn."

En zij antwoordde: „Ja, ik zal nu ras boven wezen." — En zoo overeind zittende, boog zij het hoofd, gelijk haar beminnelijke Immanuel en Ziélevriend, de Heere Jezus, en gaf haren geest in zijn handen; zij stierf in den Heere en werd zalig gesproken.

Het gebeurde daarop, dat de Heere*, die zich wendt tot het gebed der ootmoedigen, zich in zijn eigen licht aan mij ontdekte en mgn ziel voorkwam (want in zijn licht ziet de ziel Hem, als dat waarachtig licht, waarin geen duisterheid vallen kan) met zooveel kracht en heerlgkheid, dat ik in nederigheid en ootmoedigheid, met een diepen indruk van mijn eigen onwaardigheid, als wegzonk, uitroepende met Hagar in een heilige verwondering: „Héb ik, gansch onwaardige, ook omgezien naar ü, Heere! die mijner gedenkt, daar ik een ontrouwe ben, Uzelven aan mij ontdekkende in uw getrouwe en onveranderlijke liefde en U als de God des aanziens aan mg openbarende!" — Want de Heere Ontdekte zich aan mij als de God des verbonds, overeenkomstig zgn verbondsbeloften, die Hij in Christus ja en amen gemaakt had; Hij deed mij zien, dat Hij niet alleen mgn God, maar ook mijn Vader in Christus geworden was en dat Hij een eeuwig verbond met mij in Hem gemaakt had, waarin Hij niet kon veranderen. Eer zouden bérgen wijken en heuvelen wankelen, eer Hij in zijn goedertierenheid, liefde en trouw zou kunnen feilen; en of zulks al mocht geschieden, dan zou Hij evenwel dezelfde zijn, dewijl Hij het zelfs met eenen eed bevestigd heeft. Nu, nademaal Hij mg tot het kindschap in zijnen Zoon had aangenomen, zoo kénde Hij mij ook in mijnen weg als den weg van een rechtvaardige en als een, die Hem vreesde, over wien Hij zich als een Vader zou ontfermen. Ja, hij was de sterke God, de Machtige Jakobs, om te kunnen verlossen en uit te helpen, dewijl Hij zelf gezegd heeft: „Ik ben het zelf, die spreekt. Daar is geen God, die verlossen kan, dan Ik." — De Heere ontdekte aan mijn ziel, dat Hij aanschouwde de moeite en het verdriet, opdat ik het Hem aanbevelen en mijnen

Sluiten