Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■weg op Hem -wentelen zou. Hg zou het wèl maken, dewijl alle schepselen, die mij verdrukten, in zijn hand en onder zijn macht stonden en bij Hem veel minder waren dan een druppel aan den emmer en een stofje aan de weegschaal; ja, die worden van Hem minder geacht dan niets, minder dan de ijdelheid. De Heere ontdekte mij en gaf mij te gelooven, dat Hij voor mij was een zon tot verlichting en tot verwarming, een schild, om mij te bewaren, te helpen en te beschermen. Hij zou mij genade, liefde, vertroosting en eer geven. Hij zou mij zijn goedertierenheid en trouw niet onttrekken, wanneer ik in waarheid en oprechtheid wandelde voor zijn aangezicht, omdat Hij de Heere is, die trouwe houdt tot in eeuwigheid. Dit was verzeld met zooveel geestelijk inzien en kracht des geloofs, dat ik aan de eene zijde niet God als mijnen Vader en den God der waarheid kon pleiten en aan de andere zijde moest wegzinken in schaamte en verootmoediging over de onbetamelijke gedachten, welke voorheen omtrent de Goddelijke handelwijze bij mij hadden plaats gehad; het ongeloof werd veroordeeld en overwonnen, en ik verfoeide mij in stof en asch, belijdenis doende over de wangestalte en het ongeloovig wantrouwen mijner ziel aan den Heere; en ik kon den Heere zoo heiligen en aanbidden en zijn doen goedkeuren, dat ik met Lodenstein moest uitroepen:

Wijsheid, zonder einde of paal, Zgn Gods wegen altemaal;

Zijn ze-zuurheid, zijn ze zoetheid, Laat ons altijd zwijgen stil!

Want de vaderlijke goedheid

Maakt het goed met dat zij wil.

Mijn ziel werd zoo geloovig en in een opgewekte en verwijde gestalte gebracht, dat ik zeer voldaan en vergenoegd in Hem kon berusten en mijnen weg gansch en geheel aan Hem overlaten en toevertrouwen kon, als die zgn vaderlijk welbehagen doen zou aan degenen, die Hem vreezen, en alles zou uitvoeren op zijn eigen tijd; Hij toch zou over al de zijnen brengen hetgeen Hij over hen bescheiden had en hen geleiden naar zijnen raad en hen eindelijk opnemen in eeuwige heerlgkheid.

Ik ben nu nog in dit tranendal en wensch met alle gewilligheid des Heeren raad uit te dienen, want het heeft Hem behaagd, om het zóó te schikken in zijn voorzienigheid, dat Hij voor mij als zijn kind vaderlijk gezorgd heeft; en dat is ook des Heeren

Sluiten