Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk God de Vader gelegd heeft. 1 Cor. 3:11. Het is oen huis, hoog gebouwd, Jeruzalem genaamd dat boven is, daarom terecht een stad genaamd. Dit huis, deze stad, de kerk is zoo hoog gebouwd dat de berg van des Heeren huis is bevestigd op den top van de bergen, volgens Jes. 2: 2. Het gebouw is zoo hecht, dat de poorten der hel het niet kunnen overweldigen. Matth. 16 :18.

De kerk van Christus is zóó vast gebouwd en zóó wel samengevoegd, dat niet één, zelfs niet het allerkleinste steentje wankelen zal, want het vaste fondament staat, hebbende dezen zegel: de Heere kent degenen die de Zijnen zijn. 2 Tim.2:19. En veel eerder sullen de bergen vergaan en de heuvelen verzet worden in de zee, dan dat het verbond van Gods vrede zoude wjjken of vernietigd worden; en op deze sterkte nu is die tempel, de kerk gebouwd Jes. 54: 10.

Wij lezen in Psalm 87 een .doorluchtige beschrijving van de kerk en merken onder anderen op, dat de Heere de woningen Jakobs bemint, dat wil zeggen, dat de Heere een genadige betrekking heeft op de huisgezinnen, waar men don Heere vreest en een welbehagen in hunne huiselijke Godsdienstoefeningen. Doch, zoo lezen wij, de Heere bemint de poorten Sions boven alle de woningen Jakobs. God wil wel gediend en aangebeden zijn in hunne huiselijke oefeningen, die niet mochten verzuimd worden,' nochtans is de openbare Godsvereering hooger door Hem geacht en meer geliefd dan deze.

'tls waar, vele verachtelijke dingen worden van die Stad Gods gesproken, om haar klein en verachtelijk voor te stellen, maar door Hem, die de Waarheid zelve is en dus alleen recht oordeelt, worden zeer heerlijke dingen gesproken, want zij is de Bruid van Christus, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed; daarom zijn allen die er toe behooren, een bijzonder verkregen volk, een Koninklijk Priesterdom. I Petr. 2:9.

Wij zeiden, de steenen aan dat gebouw zgn levende steenen. Het zijn ze die uit het gansche menschelijke geslacht daartoe zijn uitverkoren, niet omdat zo beter waren dan degenen die daartoe niet bestemd waren. Dat is, wat de Apostel zegt Rom. 3:9: „Zijn wij uitnemender dan zij? ganschelijk niet." En Christus zegt: dat Hg niet'gekomen is om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekeering. Mark.

Sluiten