Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krijgsknechten en worstelaars, dan weder als hinkenden en gekrookte rietjes. Nu eens zijn 't hijgende herten en konijnen , dan weder arenden, die vergaderen waar het doode lichaam is. Maar onder al die benamingen, waardoor hunne verschillende eigen- '| schappen worden uitgedrukt, openbaart zich de groote Werkmeester, bevestigende Zijn eigen onfeilbaar woord: „zonder j Mij kunt gij niets doen", Job. 15 : 5 en wederom: „Mijne kracht wordt in uwe zwakheid volbracht". 2 Cor. 12:9.

Ze worden kruisdragers genoemd, en ze zgn het: „in de wereld zült gij verdrukking hebben." Joh. 16:33. Door kruis nu wordt verstaan verdrukking van allerlei aard, in- en uitwendig, in het lichaam en in de ziel. Zonder kruis nu wordt j niet èèn steen pasklaar voor den tempel, en zooals er staat: I „indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deel- j achtig zijn geworden, zoo zijt gij dan bastaarden en niet zonen." Hebr. 12:9.

De weg nu naar het nieuwe Jeruzalem wordt een weg ge- | noemd, en met recht. Een weg leidt van de eene plaats naar de andere, waarom de Heere ons in Zijn Woord bepaalt bij twee wegen: de een een breede, lustige weg die van de wereld naar de hel voert; een smalle weg, met doornen en distelen j bezaaid, die van de wereld naar den hemel voert. Om op dien weg te s komen en "dien vroolijk en zonder kruis te bewandelen, is al heel wat moeite gedaan en arbeid aan ten koste gelegd door menschenhandeD. Doch het is altijd vergeefsche arbeid geweest, nog nooit heeft er èèn door eigen kracht zijn doel bereikt. De Heere wil alleen de eer van het werk hebben, opdat i vrij genade ook alleen de stoffe zou zijn en blijven, in den tijd J en in de eeuwigheid, van lof en prijs.

De weg dus naar den hemel is een kruisweg. Op dien weg nu worden de steenen. klaar gemaakt en het beeld Gods, dat in i den eersten Adam is verloren, weder hersteld door den Heere j Jezus Christus, den tweeden Adam.

Wij gaan den kruisweg en do wandelaars daarop beschouwen, en het voornaamste zal zijn, wanneer wij de sluitrede kunnen opmaken, dat wij bebooren onder het getal van die weinige pelgrims, die de stad des verderfs zijn ontvloden en wandelend worden bevonden op don weg der ge-

Sluiten