Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijls verlegen om mijn naam te noemen, maar als ik het voorrecht heb, dat ik overboord ga, dan noem ik mij een Christen, omdat ik de zalving niet ontkennen kan.

Toen ik geboren werd was het nacht, een stikdonkere nacht; maar eer ik het wist brak het morgenlicht over mij aan. Toen zag ik eerst mijn afkomst en kreeg ik mijn geslachtsboom in handen en bemerkte dat mijn vader een Amorieter was, die zeer rijk is geweest, maar al zijne schatten heeft doorgebracht en daarna ontzettend veel schulden heeft gemaakt, waai van hij niets heeft kunnen betalen. Deze schuld nu is van mgn vader op mij overgegaan en al leef ik honderd jaren en doe niets dan werken, dan vermindert dat nog niets van mijne schuld.

Mijne moeder is eene Hethietische, enkel vleesch, en toen zij mij baarde bracht ze een adderengebroedsel ter wereld, een kind geheel verdraaid, dat een samenweefsel was van zonde en haat tegen God en menschen.

Mijne geboorte is van ouden datum. Ik werd eerst in een paradijs geboren, daar stierf ik. Eigenlijk zag ik het eerste " levenslicht in de stad des verderfs, waar ik nedergeworpen ben op de vlakte des velds. En daar werd ik wederom geboren, .toen niemand dan God naar mij omzag, en nu ben ik een pas geboren kind, begeerig om uit de moederborst de redelijke en onvervalsohte melk te zuigen en daardoor op te wassen. 1 Petr. 2:2.

Nu zal men vragen, als gij wederom geboren zijt, hebt gij dan nog een anderen vader f En dan is het loutere genade dat ik hierop toestemmend mag antwoorden: Ja, ik heb eenen anderen Vader, die mij in Zijn huis heeft opgenomen. Ik zat weenende als een kind neder, alles was mij ontvallen, geen staf om op te leunen, niets hebbende dan een potscherf om mij te krabben. Ik was met booze zweren bedekt en zat naakt op den mesthoop, in gezelschap van een boo3 wijf, waaraan ik getrouwd was en dat binnen in mij woonde, en mij maar gedurig toeriep: zegent God en sterf! Als ik daar zoo nederzat, bijna der wanhoop ten prooi, ontdekte die heerlijke Persoon mij Zijne liefde, drukte mij aan Zgn hart en sprak mij moed in, waardoor ik gedrongen en geperst werd om uit te roepen: „Abba, lieve Vader 1" Nu moet ik mij wel schamen, dat ik zoo dikwijls vreezende en bevende van verre sta, zonder den Vadernaam op de lippen te durven

Sluiten