Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen, daar ik zulk een slecht, ongehoorzaam en ondankbaar kind ben, maar in weerwil van al mijne ellende en bederf, zoo is Hij toch mijn Vader en Hij zal het blijvenjwfok.

Mijne moeder, die mij bij de wedergeboorte heeft gebaard, had mij ontvangen door de overschaduwing des Heiligen Geestes. Haar naam is: Jeruzalem dat boven is. Gal. 4 : 26. Zij was al oud toen ze mij baarde, en door haar is het dat ik weet van welken Vader ik een kind ben. Zij heeft mij met mijne geheele familie bekendgemaakt en mij mijne broeders en zusters doen kennen, wier getal is 144,000 en dan nog zoo velen die niemand tellen kan. Openb. 7:4, 9. Ik blijf onder dat alles maar een eigenzinnig kind, vol hoogmoed en eigenliefde, waardoor ik dan niet. zelden mij ga verbeelden dat ik maar alleen ben overgebleven en eenzaam en verlaten op de wereld beD. Dan zijn mijne oogën rood geweend en die mij dan zien, zeggen dat mijn aangezicht vervallen is en dat ik zoo mager ben. En dat is dan ook zoo.' Dan ben ik zwart van de brandende zon en gewond er bij, omdat de kinderen mijner moeder, Hoogl. 1 : 6, tegen mij ontstoken waren. Die kinderen, ze zijn wel moeders maar niet Vaders kinderen, die hebben mij al dikwijls smarte aangedaan. Maar dat zijn mijne zonden, die het mij zoo bitter maken, want ik heb eertijds hetzelfde gedaan. Ik zou in die ellende al lang omgekomen zijn, als mijn trouwe Vriend mij aan mij zelve had overgelaten, doch als Hij mij maar eens vriendelijk aanziet, dan komt het alles in één oogenblik in orde. Dan spreekt Hij mij vriendelijk toe en'verzekert mij dat ik wel zwart maar toch liefelijk ben; dan legt Hij Zijne wonden op mijne wonden en dan heb ik geen wonden meer; dan is mijne moedeloosheid en mijne zwakheid in een oogenblik geweken en dan ben ik zoo moedig als een jonge leeuw, en wordt het woord uit de oude oorkonden aan mij bevestigd: „de zwakke zal zeggen: ik ben een held." ~ •

Dit alles nu heb ik te danken aan mijn lieven, getrouwen Vriend, Wiens beeld in mijn hart is gegraveerd. Hem te roemen naar waarde, dat kan ik niet. Hij is ook zoo schoon, de schoonste onder de menschenkinderen, Hij is blank en rood en draagt de banier boven tienduizend. Ja alles wat aan Hem is, is gansch begeerlijk en met verrukking roep ik dan uit: deze is mijnLiefste, deze is mijn Vriend! Hoogl. 5:16.

Sluiten