Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O! als ik Hem zoo aanzie, dan worden alle andere beelden, leelijk en afschuwelijk in mijne oogen en dan mag ik wel eens in opgeruimde stemming zingen:

Ik begeere

Niets, o Heere! Dan Uw vrije gunst alleen.

Die bevinden V:r Uw beminden,

Die U Jieven, anders geen.

Gij vraagt mij, wie deze Vriend is; ik zal het u zeggen, maar dan moet ik eerst nog een weinigje terug gaan en van hooggaande ellende spreken, natuurlijk van mijn eerste huwelijk. Ik waB met een hardvochtig man getrouwd. Hij is nu tot mijne groote blijdschap dood, want ik heb nooit anders dan verdriet van hem gehad.-Hij sloeg mij hard, ja vaak geeselde hij mij -en sprak nooit een enkel vriendelijk woord tegen mg en hoe meer ik poogde zijn zin te doen, hoe strenger hij tegen mij was. Toen hij dood was en "begraven werd, was het een groote hjkstatie, al de koorden, roeden en touwen lagen op de kist en nooit zal ik de blijdschap vergeten die ik gevoelde, toen ik achter de lijkbaar ging. Te meer omdat mij in mijne ellende een wonderschoon Persoon was verschenen, die mij, zoo leelijk als ik was, beloofde mjj te zullen ondertrouwen in gerechtigheid en in gerichte, in goedertierenheid en in barmhartigheid en in geloof. Hosea 2:18, 19. Toen nu mijn eerste man dood was, herhaalde Hij dezelfde belolte en gaf mij tot onderpand van de zekerheid Zgner woorden, een ring aan den vinger. Dat is nu,die lieve vriend, daar ik van gesproken heb. Dikwijls gaat Hij van mij weg, doch komt ook telkens weder en is altijd even vriendelijk jegens mij; als ik somtijds nog wel eens twgfel aan de voltrekking van het huwelijk, dan verzekert -Hij mij zoo plechtig,, dat ik er niet meer aan twijfelen kan, dat Hij mij heeft liefgehad met een eeuwige liefde en dat Hij 'mij uit loutere barmhartigheid getrokken heeft.

Misschien vraagt gij mjj wie die heerlijke Persoon is. Zijn naam kan ik u niet noemen, die is toch wonderlijk; ik ndem Hem mijn Vriend, mijn Borg, mijn Losser, mijn Immanuël en met vele andere lieve namen, zoo lief als de liefde, die brandende

Sluiten