Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn lezer! kent gij ook die spraak, of is zij u vreemd?

Staan wij nog even stil bij de geschiedenis in Richteren 12 en onderzoeken we, hoe het met ons staat. Want ziet, dat is toch het voornaamste, om te weten, of het wel met ons is en wij een vrij geleide hebben, als wij aan de Doodejordaan zijn gekomen.

De Güeaditers streden tegen de kinderen Ammons, met Jephta hun krijgsoverste aan de spitse, en hij versloeg ze met een grooten slag, zoodat de kinderen Ammons werden ten onder gebracht. De mannen van Ephraim waren afgunstig en begeerden mede te deelen van den buit, hoewel ze aan den strijd geen deel genomen hadden. Zij togen tegen elkander op ten strijde, die van Gilead en Ephraim, en daar in die beide landstreken de uitspraak der taal zeer veel van elkander verschilde, zoo .konden die van Ephraim het woord schibboleth niet uitspreken. Dit werd 'bij hunne vlucht over de rivier de toetssteen. Al zeiden ze, dat ze van Gilead waren, en zij zeiden: sibboleth, dan werden ze gedood, zoodat er op dien dag 42,000 mannen van Ephraim stierven.

Laat ons nu de geestelijke beteekenis hiervan zoeken na te speuren. En dan letten wij op den zin der namen.

Ephraim beteekent trotsch. Deze zijn als Bileam, begeerig om den dood eens rechtvaardigen te sterven, maar den strijd des rechtvaardigen te strijden, is voor de zoodanigen een grooten last. Daarom kunnen ze dan ook het woord niet goed uitspreken en zeggen: „sibboleth", dat wil zeggen: een last. Ziedaar het juiste beeld van hen, die de bevindingen der heiligen trachten na -te apen en niet de minste bewijzen geven van waarheid in het binnenste. Wat Atbanasius eenmaal zeide-, daar zijn de Ephraimieten vreemd van. Als dezen kerkvader gevraagd werd, wat de eerste genade was, antwoordde hij: „ootmoed". En de tweede genade? „ootmoed". En de derde genadeP „ootmoed". En ziet, daar dit de eerste grondregel der tale Kanaans leert, zoo blijft bij het voortgaan in de kennis van ellende, de genade van ootmoed bij de levendgemaakte ziel, bij voortduring en doortrekt ze als een zuurdeesem het geheele bestaan van de begenadigde ziel. Dit nu wordt gemist bij die van Ephraim. Omdat ze niet op de rechte school geweest zijn, kunnen ze de taal niet uitspreken en gaan met hunne inbeeldingen voor eeuwig verloren.

Sluiten