Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesloten dat, indien hij spreekt van een wettigen strijd, er noodwendig ook een onwettigen strijd zijn moet. Die wettige en onwettige strijd vinden wij in de zichtbare kerk op aarde. Onthouden wij het goed: die wettig strijdt wordt al, die onwettig strijdt, wordt niet gekroond. Onderzoeken wij het een en het ander, en vooral of wij behooren tot degenen die de kroon mogen verwachten.

Ilr is in de.zichtbare kerk een onwettige strijd, om onwettige zaken. En dat is dan, wanneer men er alles op toelegt, om ietTs te zijn. De wettige strijder vindt er zijn grootste blijdschap in om niets te zijn.

Men strijdt om den voorrang in.de kerk, begeert én wendt alle pogingen aan, om tot een of andere betrekking te geraken, het liefst wel een dominé, en wee het volk waar vèèl van zulke onwettige strijders zijn. Deze zijn de scherpe prikkels en nagels voor den leeraar, daar dezulken zelfs geen verwoesting ontzien, wanneer ze maar tot hun doel kunnen komen. Deze zijn het over wien de Heere Jezus een „wee" uitspreekt, als Hij zegt: „het is noodzakelijk dat er ergenissen komen, maar wee den mensch, door wien de ergernis komt". Matth. 18:7.

Het is een onwettige strijd om een gedaante van Godzaligheid en de kracht er van te verloochenen. Deze zeggen met hunne daden: doe naar mijne woorden, maar niet naar mijne werken. En als dezulken van hoogo dingen spreken, en den mond vol hebben van vermaningen en waarschuwingen, terwijl zij die zelf niet met èèn vinger aanraken, dan past op dit woord: „medicjjnmeester! genees eerst u zelve!" Luk. 4:23.

Er zijn er die strijden om vleeschelijke heiligheid en om door eigen werken Gode te behagen. Dezulken keeren de ordinantie Gods om, zoeken hunne rechtvaardigheid door de wet, en kleeden zich zeiven met lompen en flarden van eigengerechtigheid, terwijl die nergens voor deugen dan voor de'mollen en de vledermuizen.

Onder die onwettige strijders om onwettige zaken, worden er gevonden die bijzonder ijverig zijn om menschen te bekeeren, en hun Evangelie is zoo ruim, dat ze zelfs een Ju las en een Doëg den Edomieter onder den mantel der liefde bedekken en hen soms de tranen over de wangen loopen, uit medelijden met de * duivelen, en hunne barmhartigheid strekt zich zoo ver uit, dat ze zelfs nog hoop beginnen te koesteren-voor die ellendige wezens,

Sluiten