Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn er de zoodanigen onder onze lezers, die in die wegen wandelen? Die klagen niet voort te kunnen en zich bedrogen zien, daar zij gemeend hadden alle zonden te zullen overwinnen; die' ' wijzen wij op den geliefden jonger des Heeren. Petrus had den ganschen nacht gevischt. Nu, dat was een wettige arbeid, maar onwettig was het, dat hij op de verkeerde plaats het net uitwierp. Zijn arbeid was dan ook tevergeefs geweest. Den geheelen nacht had hij gevischt en altijd een ledig net opgehaald. Maar tóen de Heere Jezus aan den oever stond en tot hem zeide: „Steekt af naar de diepte en werpt uwe netten uit om te vangen", Luk. 5 : 4 toen zal Petrus wel gedacht hebben, dat is toch de rechte visschersmanier niet. Nochtans, des Heeren woord gold bij Petrus meer dan zijn eigen meening, want aanstonds antwoordde hij: „op Uw woord zal ik het net uitwerpen", Luk. 5:5, en voegde bij zijn woord de daad, en toen hij het net weder ophaalde, was het vol visschen.

Zoo roept de Heere Jezus ook tot u, die. misschien al jaren hebt gevischt in uw eigen hart, zonder ooit iets voort te brengen waarmede gij voor God kunt bestaan: „steekt af naar de diepte"! Dat is, ziet af van uwe eigen gerechtigheid, die «en wegwerpelijk kleed is bij God, en zoek het alleen in Mij, bij Wien eene volmaakte gerechtigheid is, terwijl Ik de wet volkomen heb vervuld. Geloof Mij op Mijn Woord en leer als een ontledigde, onbekwame en gansch onreine alleen uwe hulp en heil in Mijne kruis- en zoen verdiensten zoeken.

Evenwel hebben wij wel op te merken, dat deze werkzaam, heden zullen eindigen bij sommigen in den eeuwigen dood. Daar, waar al die wettische werkzaamheden geschieden, zonder eenig' levend beginsel door den Heiligen Geest gewrocht, en de wortel der zaak niet wordt gevonden, daar is zulk een, al schijnt hij nog zoo schoon van buiten, niet anders dan een witgepleisterd graf, wiens oordeel zal geschieden naar het verbond der werken. Dit verbond toch eischt niets minder dan volmaakte gehoorzaamheid aan de wet, en daar zulks niet door een zondig menschenkmd kan geschieden, zoo moet noodwendig, uit kracht van Gods rechtvaardigheid, de straf op de overtreding in dat verbond gedreigd , ook worden toegepast.

Maar laat ons den wettigen strijd beschouwen, waar de kroon op volgt.

4

Sluiten