Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen. nu de vorst der duisternis zijn helsch plan ten uitvoer had gebracht en de Heere Adam riep en voor Zijne vierschaar daagde, was ook de Satan daar tegenwoordig en vernam uit den onfeilbaren mond zijn vloekvonnis, hoe de Heere vijandschap zetten zou tusschen zijn zaad en dat der «vrouw, en hoewel het hem om aanbiddelijke redenen zou worden toegelaten, om het vrouwenzaad de verzenen te vermorselen, doch dat hij door datzelfde vrouwenzaad zich den kop zou zien vermorselen.

Waar wij dus hier ontmoeten de eerste bekendmaking of openbaarwording van het rijk der duisternis en zijn koning, zoo wordt oogenblikkelijk daarna openbaar gemaakt een ander Vorst én een ander Koninkrijk, en tevens een aanvang gemaakt met de reeks van dierbare beloften aan de onderdanen van dat laatste rijk, waar er niet één van zal falen, maar allen volkomen zullen 'worden vervuld.

Gaat dan de wandelaar op den kruisweg alzoo met zijn overdenkingen voort, dan ziet hij voor zich de grootste ellende, maar ook hoe, in den aanbiddelijken Baad Gods, een middel wordt uitgedacht, om de mensch uit zgn rampzaligen toestand en uit de macht der hel te verlossen, en dat wel op zulk een wijze, dat God alleen de eer van het werk krijgt en de verloste zondaar met een- volkomen harte kan juichen en zeggen: „niet ons, niet ons o Heere! maar Uwen Naam geeft eere."

Wij willen den pelgrim in zgn overdenkingen volgen, hoe hij eerst stil staat bij den koning en het rijk der duisternis, en hoe hij ons te beschouwen geeft: den persoon, de werkingen, den toestand en het toekomstig lot van dat helsch wezen.

Satan is zijn naam. Een Hebreeuwsch woord dat beteekent: een tegenpartijder en vervolger. Zoo wordt de gevallen vorst der engelen genoemd, die oorzaak werd van een oproerige beweging in de wereld der geesten. Zgn afval van God, uit zelfverheffing en hoogmoed ontsproten, 1 Tim. 3:6, tastte de geheele engelenwereld aan en noodzaakte ter beslissing vóór of tegen God.

In het Grieksch beteekent het woord: „diabolus," een aanklager, omdat hij'de menschen bij God dag en nacht aanklaagt, volgens Job 2.

Zijn verstand en wil zijn vol boosheid, ja een afgrond aller boosheid, die niets dan kwaad kan en wil bewerken. Hij is een leugenaar en de vader der leugen, de persoonlijke eerste leugenaar,

Sluiten