Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die niet slechts de leugen in de menschenwereld het eerst heeft aangebracht, maar van wien voortdurend elke leugen uitgaat.

Hij heet de moordenaar van den beginne, die onze stamouders in den geestelijken en lichamelijken dood stortte, en bij den broedermoord van Kaïn zijne hand in het spel had.

Verder heet hij de groote draak, de oude slang, de onreine geest, de brullende leeuw, de overste der duivelen, Beëlzebub, de vorst der duisternis, de god dezer wereld.

Al deze namen toonen ons aan, welk een machtigen, boosaardigen en listigen vijand wij tegen ons hebben, en dat het hier niet slechts om het beginsel van het kwaad of om een voorstelling, maar om eene werkelijke persoonlijkheid te doen is.

Dat hij oorspronkelijk een lichtengel was, rein en heerlijk door God geschapen, maar door misbruik zgner vrijheid van God afviel, blijkt uit Joh. 8: 44. Hg' is niet in den toestand gebleven, waarin hij met Gods wil en wezen overeenstemde. Dit volgt ook uit Judas, vers 6: „zij bewaarden hun beginsel niet, maar hébben hun eigen woonstede verlaten."

Door zgn val werd zijn liefde tot God in enkel haat veranderd; zijn geheele wezen verloor de richting tot God; wil en verstand gaan nu bij hem hun eigen weg en zijn verkeerde wil is machtiger dan zgn verstand, waarin echter ook duisternis, leugen en dwaling heerschappg voeren.

Hij is het hoofd, de overste van alle van God afgevallen engelen en menschen, die te zamen het rijk der duisternis uitmaken. Dat een groot aantal van duivelen in bepaalde ordeningen en trappen onder hem staan, blijkt uit Efeze 6: 12.

En letten wij nu op zijn werkzaamheden, dan zien we hoe bij is een onvermoeide geest, die jaar uit jaar in de landen doortrekt, gelijk een hongerige leeuw of wolf die op buit loert. In de vijandschap tegen God en in haat tegen Jezus, kant hij zich met alle krachten tegen Zijn raadsbesluit en Zgn heilsplan aan, en arbeidt met de grootste inspanning tegen de volbrenging van Gods wil. Niet tevreden, de eerste menschen verleid te hebben, heeft hij zijn oog bovenal op de vrómen en bekeerden gericht. Hij beproeft het zoo listig mogelijk, terwijl hij ieder hunner bij zgn zwakste zijde aangrijpt, om hen opnieuw onder zijn juk te brengen. Nu eens komt hij met vleierij en dan weder met bedreigingen; nu eens middellijk in zijne werktuigen, dan

Sluiten