Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu ligt het in den aard der zaak dat zijn rijk een einde nemen zal, want de Heere Heere zal alle toevluchten der leugenen wegvagen.

Niets smartelijker voor het helsche hart van dit booze wezen, dan wanneer er een sterkere komt, die zijne vaten ontroofd en als er blijdschap is in den Hemel over éénen zondaar die zich bekeert, kunnen wij ook voor zeker houden, dat er dan gehuil is onder de duivelen. Want niet zoodra heeft hij een van de zijnen verloren, of hij stelt de zoodanige tot het mikpunt zgner vurige pijlen, die hij op allerlei wijze scherpt, om, waar hij zulk eene ziel niet meer uit den Hemel kan houden, alles zoekt aan te wenden, om de hemel uit de ziel te houden.

Wanneer wij nu den wandelaar op den kruisweg in zgn overdenkingen volgen dan toont hij ons de verschillende vurige pijlen, die de vijand der ziele gebruikt, en hij laat ze ons duidelijk zien uit eigen en anderer ervaring. Wij volgen hem en onderzoeken of wij voor ons zei ven ook kennis hebben aan de wapenen, die de helsche vorst tegen hen gebruikt, wiens niet meer zijn — maar eens Anders eigendom zijn geworden.

Dat onder degenen, die de Heere Jezus uit de macht des Satans verlost heeft, er velen zgn die de zekerheid van hun aandeel aan Christus en Zijne genade en gemeenschap missen, behoeft geen betoog. Voor dezulken heeft de vijand ontelbare pijlen, dewelken hij schiet, opdat zij die donker en vol vreeze leven, zoodanig blijven mogen en de Heere alzoo niet door hen zoude verheerlijkt worden, door erkentenis met hart, mond en wandel, wat groote dingen Hij. aan hen gedaan heeft. Zijn groote doel tegen zulke enverzekerden is, dat zij vol mogen houden, om besluiten tegen zichzelven op te maken, tot ontkenning van het werk Godp.

Een heftige pijl vliegt uit zgn helschen koker tegen dat arme hart, als hij zegt: „gij hebt geen genade en zult die nooit krijgen, „want hoewel God rijk is aan beloften, zoo zijn ze nochtans niet „voor u.- Het geloof is alleen het deel der uitverkorenen en hoe„wel gij begeerig naar genade zijt, zoo mist gij echter alles, „want gij zijt niet uitverkoren; dus is al uw woelen om voor „God te leven, maar ij dele kwelling en verdriet, want het is „niet desgenen die wil, doch desgenen die loopt, maar des ont-

Sluiten