Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Wie of u op komt stoken, O iijvèlooze spoken,

"Wie is 't die u beleest? "Wie loopt in uwe sohimmen? De" duivelen, Gods simmen,

En apen van Zijn Geest!

Die Geest, gedaald van boven, Die Geest van 't rein geloove,

Die Geest, die levend maakt, En blijft niet meer verholen Als vuur of heete kolen,

Die branden wat haar raakt.

De leugenaars der helle, Die zeggen dat haar vellen,

Volkomen lijven zgn. . Zij hebben u, haar slaven, De oogen uitgegraven,

En nu trekt gij haar lijn.

O Jezus! werd gebeden <£i'»J En drijf deez' onbesneden

Eens uit Uw bedehuis. Kom, maak geKnoopte zweepen, En stoot met rauwe nepen,

Haar buiten dit gespuis.

Of, blaas eens op die sohonken, En strooi een handvol vonken

Op 't kerkhof van Uw-kerk; "Want al die bleeke dooden Die hebben Geest van nooden,

Ai! Jesu! toon U sterk.

Kom, breek de graven open, En wil de lijken doopen,

Met water, vuur en Geest! Ga been op been eerst passen, Ai! wil het rif eerst wassohen

En het dan zoo geneest.

Uw kraoht is niet geweken O Jezus' gansohe beken

Trekt Gij wel uit een rots. Gg kunt een stok doen bloeien, Gij deed wel eertijds groeien

Amandels aan een knots.

Zend regen uit de hoogte, Uw akker splijt van droogte, Een ieder roept op t meest: Kaar U, o Zielenlaver! Kom, weid ons in de klaver . Van Uw beloofden Geest!

Nadat de wandelaar dit lied ter bemoediging had gezongen, stond hij met deernis stil bij den toestand van zoovelen, die zullen meenen in te gaan en niet kunnen, die'eenige conscientiesovertuigingen gehad hebben en daarna de Christus uit het woord hebben aangegrepen. Dezulken wanen, dat hun huis op een rotssteen is gebouwd, en 'als de stormen en vloeden van Gods toorn op hen aankomen, zullen zij gewaar worden, dat in plaats van een rotssteen, het slechts zand was, waar ze op gebouwd haddeD. Ontzettend zal het zgn te meenen in den Hemel aan te landen en in plaats van dat in de hel te vallen.

„Och!" zucht de pelgrim, „dan liever duizendmaal getwijfeld, dan eens bedrogen uit te komen. Dan liever hier de pijlen van den Satan te moeten verduren, dan eenwig aan zijne tormenten bloot te staan. Ja, 't zal eeuwig waarheid blijven op den kruisweg: die 't hebben, die hebben het niet, maar die het niet hebben, die hebben het.

Sluiten