Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle aardsche koningen en rijken als sneeuw voor de zon, en Hij alleen is waardig dat alle knie voor Hem zich buige en alle j tong Zijn Naam beljjde.

Wie eenmaal dien Koning in Zijne schoonheid heeft gezien met het oog des geloofs, is nooit verzadigd van dat gezicht en ; roept met de Bruid in het Hooglied uit: „al wat aan Hem is, is gansch begeerlijk, Hij is de schoonste onder . de menschenkinderen."

Dat pronkstuk van. schoonheid, begeerlijk bovenal wat te I begeeren is, is de Heere Jezus, die blank is en rood, en de banier draagt boven tienduizend. Hoe begeerlijk is Hij, als de Zone Gods, want daardoor wordt mij de grond ontdekt van des Vaders welbehagen en de mogelijkheid dat Hij mijn Zieleborg wilde worden en Hg zich wilde overgeven voor mg', dié een onwaardige en snoode rebel ben. Hoe gaat het harte | van de rechtschapen dochters van het geestelijke Jeruzalem open, als zij Hem in den eeuwigen Vrederaad zoo gereed, zoo volmachtig en menschlievend zich zien aanbieden, als Hij zegt: 1 „Zie, Ik kom; Ik heb lust o Godl om Uw welbehagen I to doen, bij Mij is eeuwige gerechtigheid, Ik heb verzoening gevonden, Ik wil niet dat deze in het verderf nederdale."

Hoe begeerlijk is Hij, als de waarachtige God, één met den Vader en den Heiligen Geest. Want juist dit verhoogt op oneindige wijze de hooge waardij van Zijn rantsoen en stelt Hem in staat het eeuwige gewicht van den toorn Gods tegen de zonde te kunnen dragen en daardoor, zonder eenig toedoen van den mensch, de zaligheid te verdienen en als God van eeuwigheid die ook toe te passen.

Hoe onuitsprekelijk begeerlijk is de Heere Jezus in al Zijne heerlijke eigenschappen en die alle mij ten goede. Daar is Zijne | heerlijke Majesteit, die mij doet"roemen in zulk een alleruit- j nemendsten Bruidegom: Zijne eeuwigheid om eeuwig aan Hem genoeg te hebben; Zijne onveranderlijkheid om nooit weder van 1 het aandeel in Hein, beroofd te kunnen worden; Zijne alomtegen- j woordigheid om altijd in Zijne nabijheid te kunnen zijn; Zijne alwetendheid om met al mg'n behoeften en verlegenheden ver- ■ zekerd te zijn, dat Zijn oog altijd op mij geslagen is; Zijne 1 almacht om mij in alles te kunnen helpen en te beschermen; I

Sluiten