Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kind van God ben, en door Hem mag ik roemen en getuigen dat mijn Verlosser leeft en dat ik uit dit mijn vleesch Hem zien zal en niet een vreemde. Hem zien! Ja het geloof juicht:

lk zal TJ zien, den blik, de vuurvlam van Uwe oogen, Die op het voorhoofd brandt, en hart en merg doordringt; Hoe zal Uw worm bestaan, ik vruoht van zonde en logen, Daar, siddrend voor Uw troon, door duizenden omringd?

Ik zal Uw zijde zien, het teeken Uwer wonde, '"^Sj

Het reine liohaam door de krijgslans doorgespeerd,

De palmen van Uw hand doorspijkerd door mgn zonde,

En o! daarin mg'n naam voor eeuwig gegraveerd.

Ik zal U zien, mijn God 1 'k zal Uw gelaat aanschouwen, Dat heerlijke gelaat, zoo onuitsprekelijk zoet, Dien lach, die, vol van heil voor wie op U mooht bouwen, In éénen oogenblik een eeuw van smart vergoedt.

Dw zien, mg'n God! U zien van verre neergebogen, Zal ik Uw Majesteit bewondrend gadeslaan, En voelen: ook op mij slaat Hij Zijn vriendelijke oogen, Ook mij onwaardig worm, ziet Hij met liefde aan.

Hoe begeerlijk is Hij als Profeet, die groote Leeraar der gerechtigheid, om mij te worden tot licht en wijsheid in mijne aangeboren duisternis Hoe zijn al.de schatten van wijsheid in Hem verborgen, hoe dierbaar de verborgenheden van Zijn Koninkrijk, die Hij mij bekend maakt, hoe opbeurend Zijne j dierbare beloften en vertroostingen die als de wateren des levens mijne ziel bevochtigen. Aan Zijne voeten te zitten, bij Hem ter schole te gaan, van Hem geleerd te worden, en het plaatsje van Maria in te nemen. Zalig voorrecht, heerlijk privilegie en dat I aan de allerblindste en aller onwaardigste der menschenkinderen! j Och! waren mijne harten tongen om de beminnelijkheid en dier- j baarheid van dien heerlijken Profeet en Leermeester te kunnen j uitdrukken!

Hoe dierbaar, hoe begeerlijk is mi] de Heere Jezus als den eeuwigen Hoogepriester, Die. zichzelven als het ware zoenoffer j in de vlammen van Gods toorn heeft overgegeven, om mijne schuld bjj den Vader te verzoenen. Door Zijn bloed, het ware bloed der ontzondiging, heeft Hij den toorn Gods uitgebluscht en i voor al de Zijhen een eeuwige gerechtigheid aangebracht en mijne ziel juicht den dichter achterna:

Sluiten