Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet Hem, in den onaanzienhjken beestenstal, in de armoedige kribbe, reeds daar blonk Zijne schoonheid uit, zoo, dat de wijzen uit het Oosten zich voor Hem nederbogen en Hem aanbaden. Ziet Hem heilig omwandelen op aarde, die zich zoo diep vernederde, dat Hg zondaars en tollenaren tot Zijn volgelingen maakte. En dan dat lijden! Daar zien wij op Hem de straf, die ons den vrede aanbrengt; den zieleangst, waardoor ons is I aangebracht sieraad voor asch, vreugdeolie voor treurigheid en het gewaad des, lofs voor een benauwden geest. Daar droeg Hij de smaadheid, om de smaadheden Zijns volks weg te nemen; de banden, waardoor de gebondenen vrijheid h verworven; de beschuldigingen, die onze vrijheid moesten bewerken; de veroordeeling: „Hij is des doods^ schuldig," om ons te verdienen, dat er geene verdoemenis is voor de Zijnen; de striemen, door welke onze genezing geworden is; den vloek, door welken Hij om verlost heeft van den vloek der wet.

Ziet Hem daar hangen aan het vloekhout, dat doortrokken is van Zijne liefde en als myrrhe en cassie en aloë rieken doet. Ziet, dat bloed uit die open wonden vloeien, dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel en dat van alle zonden reinigt. Daar roept Hij uit: „Mij dorst!"

Hierbij staat onze pelgrim stil. „Mij dorst!" Zoo brult de leeuw van Juda's stam, de Schepper van hemel en aarde, de Koning van 't heelal, die de wateren klieft dat hare golven bruischen, Heere der Heirscharen is Zgn Naam, die water uit de steenrots deed voortkomen. Mijn Jezus klaagt van dorst, de droge mond en tong smachten naar een druppel lafenis, eene enkele verkoeling onder de verlating van Zijnen Vader. Maar o! welk een diepe heilgeheimenis gaat er voor mij open. „Mij dorst," zoo roept het Godslam! Hij dorstte naar de zaligheid van degenen, die Hem van den Vader waren gegeven; Hg dorstte naar het Hem toegezegde arbeidsloon: „Ik zal, U geven de Heidenen tot Uw erfdeel en de einden der aarde tot Uwe bezitting."

En welk een wonder! Mij, de grootste der zondaren is die barmhartigheid geschied, ook ik maak een deel uit van dien arbeidsloon, ook naar mijne ziel heeft Uw ziel gedorst, opdat ik in eeifwigheid niet zoude dorsten!

Jezus, mijn Zaligmaker! al wat aan U is, is gansch begeer-

Sluiten