Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk. Och! dat ik TJ toch veel, zeer veel moge liefhebben, geef dat ik mij heilig op Uw bezit moge verhoovaardigen en ik in alles toone, dat Gij mijn Koning en ik Uw dienaar ben. "Wil daartoe door Uwe Koninklijke macht en genade aan mij Uw woord bevestigen: „Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts." Spr. 8:20.

En waar, waar zoude ik mijn overpeinzingen eindigen In eeuwigheid zal er geen einde aan zijn, om dien grooten Koning te loven en te prijzen. Zijn lijden, Zijn dood, Zijne begrafenis, Zijne^opstanding, Zijne hemelvaart, Zijn zitten aan 's Vaders rechterhand, zijn al te maal onuitsprekelijk dierbaar, en in het een zoowel als in het ander, vindt de oude pelgrim een onnaspeurlijken rijkdom van troost en zaligheid.

Die Koning nu, Koning Jezus is de Bezitter en Eigenaar van een Koninkrijk, dat niet van deze wereld is. Zijne onderdanen waren Zijne vijanden, die met verheven schilden de wapenen tegen Hem hadden opgeheven. Wie zou dien sterken, den Satan kunnen binden en hem zijne vaten ontrooven? Het stond niet in de macht van een geschapen engel. Deze moge op Zgn bevel in één nacht 185.000 Assyriërs verslaan, of als een worgengel door Egypte gaan en in éénen nacht al de eerstgeborenen doodeh, hij is niet bij machte een enkele ziel uit de macht der hel te verlossen. Daartoe is Hij alleen bij machte, die God is van eeuwigheid. Daartoe is dan ook Goddelijke almacht noodig. Hij, die vóór de Schepping den ongevormden klomp aanschouwde, waar "alles woest en ledig was, sprak: „er zij licht," en toen was er licht. Diezelfde brengt ook op zulk een wijze den zondaar, waar duisternis op den afgrond, van het hart en alles woest en ledig is, in wezen. Op Zgn scheppingswoord komt de doode zondaar uit het graf der zonden te voorschijn, zijn verstand wordt verlicht, hij komt tot zichzelven als een verloren zoon, en gaat, door de. kracht van den Koning, over uit het rijk der duisternis tot het rijk des lichts.

Die Koning is een held en alle Zijne onderdanen zijn krijgslieden. "Wij vinden in het leger alles wat tot een wel georganiseerd leger behoort. Hij, de Overste, heeft zijn kapiteinen, zijn geoefende krggslieden, zijne recruten. Er is een arsenaal, waarin

Sluiten