Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stemmen der draken hielden op en verwisselden in een alleraangenaamst lied, dat als uit den hemel kwam, waarvan deze woorden mij zeer langen tijd in mijne, ziel weêrklonken:

Zalig hij, die in dit leven Jakobs God ter hulpe heeft. Blijmoedig stond ik op en zeide: „wel nu, Heere Jezus! zijt Gij mijn Schild en mijn Loon, dan heb ik niets te vreezen en alle duivelen uit de hel moeten voor.Uw aangezicht vlieden, want Gij hebt de sleutels der helle en des doods.

En toen, ik kon 't niet inhouden, maar moest het eens uitgalmen, en bergen en heuvelen weerkaatsten van mijne zielsopwekking tot volsta-ndigheid:

Rooi aan mijn ziel! roei aan met moed, Gestadig werk komt nog wel eens ten ende, Na 't bitter proeft men best het zoet, De vreugd, komt best na droefheid en ellende. Roei aan mijn ziel, roei aan met kraoht, Haast hebt ge uw reisje toch volbracht. Roei aan nog eens, sohoon tegenwinden, Gij zult de haven zeker vinden. Roei aan, de stuurman staat aan 'troer, Hij 's binnen boord, die zal u helpen, Schoon 't ongeloof voorbij eens voer, ZijnN woord, die 't al kan overstelpen, Gebiedt maar; en gij zijt gerust Wanneer uw stuurman u eens kust. Roei aan, of laat de riemen leggen, Zijn hand en hart zal u wel zeggen Wat dat uw post is, 't geen gij moet, . Eer gij Hem in de haven groet. Roei aan mijn ziel dan! schep doch moed, Een oogenblikje 't al verzoet. Roei aan mijn ziel in hoop en vreezen, Een uurtje voor den Troon zal 't al vergeten wezen. Roei aan mijn ziel! wat traantjes afgetapt, Een grepje over en dan heen gestapt. En gij die 't leest, roei ook zoo voort, Uw stuurman die is binnen boord, En zal daar eeuwig binnen blijven. Dit wil, en moet ik onderschrijven." Hier zweeg de kapitein van de garde des Konings en de oude pelgrim vraagde: „maar van waar kwam het dat ik u zoo droevig zag zitten met het hoofd in de hand?"

Sluiten