Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lossen als hij wil, maar hij zou gaarne zien, dat het kind zijn kracht beproefde. Hij laat het kind alleen, totdat het meent geheel verloren te zijn, zich verwonderende dat zijn vader niet toeschiet om hem te helpen

Evenzoo handelt de Heere Jezus met de Zijnen,. terwijl zij nog in de woestijn des levens verkeeren. Hij ziet hen worstelen en tobben met allerlei wederwaardigheden, om hunno kracht te beproeven en hunne genade te oefenen, maar ondertusschen aanschouwt Hij hunne moeite en verdriet, en als't in hunne schatting eene afgesneden zaak is, dan is de Koning nabij met Zijne hulpe.

Wanneer zij dus wandelen in hun vreemdelingsland, het voorhof van hun eeuwig vaderland, dan wandelen zij daar niet alleen, want de Koning zegt: „hier wil Ik wonen, dit is Mijne ruste." Ps. 132. Schoon de hel hare kaken opspert, de wereld haar aangrimt, de zonde haar moeite aandoet, ze kunnen nochtans gerust zijn. En als men zegt: „het is Sion, niemand vraagt naar haar," er is toch geen nood. De oogen van den Koning zijn op hen. Hij waakt voor hen en voor hun goed, en kent hen in hunne verlegenheid. Wanneer geen oog hen ziet, Hij ziet ze; zij kunnen niet buiten Zijne zorg geworpen worden, noch verborgen blijven voor Zijn aangezicht. Vele arme zielen die bezwaard, ja doodbrakende zijn den ganschen dag, die weenen in haren geest, onbekend, ongeacht, onbemind, op wien de oogen van den Koning gedurig over haar zijn ten goede. Zij kunnen niet verstooten worden van Zijn voortdurende zorg en Hij is in alle hun benauwdheid benauwd.

Zoo zien wij ze dan omdolen in hun vreemdelingsland, zoolang als het den Koning behaagt, en terwijl zij gelouterd worden in de smeltkroes der ellende, betoont zich de Heere Jezus Christus te zijn hun grooten Beschermheer, zich niet minder openbarende als een Wreker zeer grimmig tegen hunne wederpartijders, van al het ongelijk dat men den Zijnen aandoet. Die tegen hen opstaan zullen gestraft worden met plagen, zooals wij in de oude oorkonden lezen kunnen: Jes. 59: 15—18 en Jes. 63:2—6

De Koning zelf neemt de wraak op zich voor de Zijnen, zocals Hij gezegd heeft: „Mij komt de wrake toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere." Hij zal ieder instrument dat zich tegen hen bereidt, het betaald zetten. Ja, vroeg of laat, tijdelijk of eeuwig zal Hij wreken al het ongelijk en lijden den-

Sluiten