Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijnen aangedaan en verderven al de vijanden van Zijn heilige woning. 2 Thess. 1 : 6—10.

Maar hun eigen land, hun erfland is boven. De een zoowel als de ander zal een goed doorkomen hebben, want de Koning heeft het bevolen: „indien gij dan Mij zoekt, laat deze henengaan". En niet alleen een goed doorkomen, maar ook een goed weggaan.

Dit zien wij ons afgeschaduwd in Hand. 27, waar Paulus tot de schepelingen zeide: „zijt goedsmoeds, want daar zal geen verlies geschieden van iemands leven onder u." Want God had hem geschonken allen die met hem aan boord waren. En het geschiedde alzoo. Sommigen zwommen, anderen op planken en ook sommigen op eenige stukken van het schip, en alzoo is het geschied, dat zij allen behonden aan land gekomen zijn.

Zoo ook de Heere Jezus. Hij heeft ze van den Vader gekregen, zoodat ze allen behouden aan land komen zullen. Niet een van de Zijnen zal Hij verliezen en niemand zal ze uit Zijne hand rukken, ja, de poorten der hel zullen Zijne gemeente niet overweldigen.

Dus, door lijden tot heerlijkheid. Dit is het deel van allen die de Goddelijke natuur zijn deelachtig geworden. En als de vriendelijke dood komt, die zijn prikkel verloren heeft, dan is hij de bode die de pelgrims over de Jordaan des doods henenvoert in de armen van hunnen Koning. En als zij Hem dan zien zullen gelijk Hij is, met eer en heerlijkheid gekroond, versierd met de litteekenen in handen en voeten, omringd door een schare die niemand tellen kan en die Hij allen gekocht, gewasschen, gereinigd en verheerlijkt heeft, dan zal de ziel die daar aankomt uit de groote verdrukking, de koningin van Scheba achterna zeggen, maar op veel heerlijker wijze: „de helft was mijniet aangezegd." 1 Kon. 10:7.

Hier stond de pelgrim stil. Het ging hem zoo als iemand die is, wandelende op de singels rondom de stad, en die zoo lang gewandeld heeft totdat hij binnen de stad geraakt. Zijne wandeling op de singels der beschouwing had menigmaal zijne ziel verkwikt, en de verwarmende en koesterende stralen van de Zon der gerechtigheid hadden bij tijden en oogenblikken het liefdevuur in zijne ziel brandende gemaakt. Zijn beschouwingen brachten • hem verder. Hij zag zichzelve in de dadelijkheid in die heerlijke

Sluiten