Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Och! dat de tijd zijn tijd

Had uitgediend, en wijd

Van ons verhuizen wou'

Of ons opbreken liet

Uit dit ellendig niet

Naar 't eeuwige gebouw.

Daar zal voor 't naar gekwjjn

Onz' glorie eeuwig zgn

Om d'eeuwigheid 't aansohouwen,

En raken alles kwijt

Behalve d' eeuwigheid

Die we eeuwig zullen houwen.

Daar zullen we eeuwig zijn Bg 's levons Heilfontein, Bg 't algenoegzaam goed, Bij 't onbegrijplijk licht Daar alle glans voor zwioht, Bij Hem, die alles doet. Daar zullen we eeuwig zgn In 's Bruidegoms aanschijn, En hebben vrij genieten; En na een eeuwig, zien, Zal ons het eeuwig zien Van Hem nog niet verdrieten.

Daar zullen, vrij van pijn, Wij eeuwig, eeuwig zijn, En dat volmaaktelijk In wijs- en heiligheid, In schoon- en heerlijkheid, Niet meer veranderlijk, Maar zijn in de Opperzaal Met d' heilgen al te maal Om eeuwig daar te blijven. En in dat hemelsch hof. In des Jehovahs lof Te helpen de englen stijven.

Ik wil, o eeuwigheid 1 Ten afsoheid zijn bereid Van alles, om uw min, "Wat hier op aarde is, Als ik ten erfenis I) namaals eeuwig win. Dus ik van hier ben een Naar de eeuwigheid vast heen, En waoht op geen genezen. Tot dat ik uit den tijd Gebraoht in de eeuwigheid Met God vereend zal wezen.

"Wij zien den pelgrim voortwandelen met opgerichten hoofde, en hoe hij bij al die overdenkingen terug ziet, dat niets van dat alles gloed noch warmte zoude geven, wanneer het voornaamste gemist werd. Doch dit kan ook niet, want bij zulke beschouwingen is toch de Heere Jezus het middelpunt, waar zich alles om beweegt. De Koning zelve is de schoonste onder de menschenkinderen, de eeuwige Zon die nooit weêr ondergaat. Zijn volk ontvangt van Hem alleen licht en leven, vrede en genade, en de Koning legt zóóveel glans op hen, dat zij met recht een Koninklgk Priesterdom worden geheeten en door Hem zeiven de heiligen door hooge plaatsen genoemd. De weg die ze bewandelen, het land waar ze doortrekken naar hun eigen vaderland, de wapenen die ze hanteeren, alles, alles wat tot dat gezegend koninkrijk behoort, is even wonderlijk en God verheerlijkend.

Het is dan ook niet te verwonderen dat de wetten, inzettingen, privilegiën van dat rijk verrukkens machtig zijn. Het wetboek, waarin ze zijn beschreven is volmaakt, zooals een pelgrim

Sluiten