Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van overoude dagen reeds getuigde: „De wet des Heeren is volmaakt, bekeerende de ziele; het getuigenis des Heeren is gewis, den slechten wijsheid gevende," Ps. 19:8, terwijl dezelfde man uitroept: „Hoe liefheb ik Uwe wet, zij is mijne betrachting den ganschen dag." Pp. 119:97. Allen die naar dien regel wandelen, zullen ervaren, dat aan het houden van Gods geboden zeer groote loon verbonden is.

Daar benevens dragen die wetten de duidelijke kenmerken van Goddelijke autoriteit, en waar de vijanden er zich aan stooten, omdat het hun hoogmoed ontdekt en hun bedriegelijkheid te schande maakt, zijn ze daarentegen voor hen die ze beminnen, huns harten vroolijkheid.

De pelgrim heeft er dan ook een groot welbehagen in en maakte de opmerking, hoe,van het begin tot het einde door dat boek een scharlaken rooden draad loopt, benevens een gouden ader. Beide zijn in de stilte der eeuwigheid geformeerd en in den tijd geopenbaard aan den gevallen mensch, toen de Heere hem opzocht en vraagde: „waar zijt gif?" En waar vond God Adam? Daar waar Hij eiken zondaar vindt. Verzonken en verdronken in schuld en zonde. Toen zonk het bloed der geslachte dieren in de vervloekte aarde, en zegen maakte plaats voor vloek, om des Bloeds wil. Daar ving de scharlaken rooden draad aan, die door het gansche Woord heen loopt en nergens verbroken wordt, maar overal, op iedere bladzijde luide predikt, dat er zonder bloedstorting geen vergeving is. Die rooden draad reikt tot over dood en graf, want zijn de wandelaars in het hemelsche Sion aangeland, dan zullen ze in witte kleederen wandelen, en, uit groote verdrukkingen gekomen zijnde, hunne kleederen gewasschen zien in het bloed des Lams.

Dierbaar bloed van den Zone Gods! Onder de schaduwen voorgesteld in het slachten van stieren en bokken,, en op het allerkrachtigst geopenbaard op Golgotha, toen het bloed uit Zijne wonden langs den kruispaal droop. Dat bloed nu, dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel, is het sprekende getuigenis van de liefde des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, en de pelgrim in dat bloed zijne blijdschap gevonden hebbende, zegt het den geloovigen dichter achterna:

Sluiten