Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het hart on wederstandelij k in bezit neemt, daar stort Hij de liefde Gods uit in het hart, tegelijk met de kostelijk zalf van den Naam „Jezus,"

Dat hebben de vaderen van den ouden dag ondervonden, om onder de velen er slechts één te noemen, die zijne voeten uitstrekte op zijn laatste sponde en uitriep: „op Uwe zaligheid wacht ik, Heere!" Gen. 49:18.

En daar, onder de oude bedeeling was het alles nog onder schaduwen, en nochtans zag het geloofsoog door al die nevelen heen, zooals een Jesaja die sprak, alsof de volheid des tijds reeds daar was, als hij zeide: „een Kind is ons geboren; een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijnen schouder en men noemt Zijnen naam: Wonderlijk, Baad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst," Jes. 9:5.

Hoeveel te meer werden echter de gaven en werken van dien Geest zichtbaar, na Zijn openbaring of uitstorting op den Pinksterdag.

Die Geest nu woont in al Gods kinderen groot of klein, is in allen werkzaam die zich over Zijne Pinkstergaven verheugen, zoowel als in hen die in den Naam van Jezus tot God zuchten en smeeken, of zij hem toch mochten ontvangen.

O wonder van eeuwige genade en barmhartigheid! dat èn Vader, èn Zoon, èn Heilige Geest deze drie eenswezend en ieder in het bijzonder zijn werkzaam geweest on werkzaam blijven tot verlossing en heerlijkmaking van den armen zondaar. En hoe dierbaar wordt ook die Persoon, wanneer Hij zich aan den begenadigden zondaar openbaar maakt en ontdekt, hoe Hij het is met Wien de Zoon werd gezalfd van eeuwigheid, opdat Hij dien Geest zoude uitstorten over zulke ellendigen en de ziel in verwondering en aanbidding nedervalt, ziende dat zij mede deel heeft aan dien scharlaken rooden draad en zij met dien gouden ader is doorweven en een tempel des Heiligen Geestes geworden is. Hoe, als zij Hem leert kennen, zegt zij volmondig den dichter na:

Ja, Gods Geest! ja, uw adem ruisoht, Do moker die de rotsen gruist,

Tweesnijdend zwaard dat zijt Ge, Uw scherpte dringt door merg en been, De diepste zielsverborgenheên

Sluiten