Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Heilige Geest hetzij onder de prediking gehoord of in de Schrift gelezen, spreekt:, „uw brood is zeker en uw water is gewis". Daar staat er een aan het krankbed zijner geliefde en de Heilige Geest troost en zegt: „deze krankheid is niet tot den dood". Ginds bezwijkt er een schier onder den last des kruises en de Heilige Geest fluistert: „Hij geeft deü moeden kracht". En wederom: „Ik zal u niet begeven, Ik zal u niet verlaten, Mijn oog zal op u zijn". Elders zucht er een bezwaard en ter neder gedrukt bij de vele en velerlei tegenspoeden en de Heilige Geest zegt: „vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen, maar uit alle die redt hem de Heere". En waar de ziel zich verlaten ziet van het schepsel, gejaagd en geplaagd door de menschen, daar spreekt Hij: „mijn vader en mijne moeder hebben mij Verlaten, maar de Heere zal mij aannemen, Hij is een Vader der weezen en een Rechter der weduwen'.

Dat is het hemelsche, verborgen toespreken van den Heiligen Geest, het zachte koeltje waardoor een mensch zoo verkwikt en vertroost wordt, dat hij van achteren wel bekennen moet: „Ten ware dat de Heere mij eene hulpe geweest ware, mijne ziele had bijna in de stilte gewoond. Als ik zeide: mijn voet wankelt, Uwe goedertierenheid, o Heere! ondersteunde mij. Als mijne gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uwe vertroostingen mijne ziele verkwikt". Ps. 94:17—'19.

Zoo ondervindt de pelgrim op den kruisweg, dat bij de herinnering aan en de vermenigvuldiging zijner gedachten omtrent datgene, wat de Heere doet en gedaan heeft in de huilende woestijn des levens, zijne ziele wordt verkwikt. De weg van Sittem naar Gilgal wordt hem dan zoo helder voor oogen gesteld door den indachtmakenden Geest, dat hij iederen wandelaar aanbevelen kan, om veel gebruik te maken van deze en dergelijke, beschouwingen en overdenkingen, dewijl ze leiden kunnen eerstens tot verootmoediging, en ook en bovenal tot verheerlijking van Souvereine genade, want in dien weg alleen wordt God alles en de mensch niets.

En waar dan hier de pelgrim eindigt met de aanteekeningen zijner beschouwingen van de twee Koninkrijken, hopende en wenschende dat hij èn zich zeiven èn zijne medewandelaars

Sluiten