Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopbaan zonder het toezicht mijner ouders, doch, behoorende tot de fatsoenlijke wereld, kon niemand een vlek op het leven mijner jongelingsjaren werpen. Ik'begon mijn dagboek te houden waarin ik iederen avond opmaakte alle mijn goede daden van den verloopen dag, terwijl mijn verkeerdheden daar tegenover werden geboekt. De laatste waren altijd zeer gering, dat zeer goed te verstaan is, daar ik geheel blind was voor mijn eigen gebreken. Op zekeren avond het gewone werk weder zullende opvatten, was het mij, alsof mij ingefluisterd werd of ik wel wist dat ieder ijdel woord, maar ook elke onreine gedachte ongerechtigheid was. Ik schrikte en staakte mijn werk en zocht spoedig mijn leger op, terwijl ik tegen mijn gewoonte den slaap niet vatten kon. Den volgenden avond had ik echter den moed niet mijn dagboek op te maken, en den derden avond verscheurde ik al het geschrevene en trachtte het spoedig te vergeten, hetwelk mij bijzonder goed gelukte.

Van tijd tot tijd bracht ik eenigë dagen door op de buitenplaats van een voorname familie, waar ik als kind in huis was dewijl de heer des huizes een broeder mijner moeder was. Daar was ook alles wereld, hoewel ik van achteren moest besluiten, dat de huisknecht den Heere vreesde Menigmalen was ik getuige', hoe hij in de keuken voor de andere dienstboden Gods Woord las en overluid in het gebed voorging. Niet zelden sprak hij tot mij woorden die, hoewel ik ze niet verstond, mij onrustig maakten, hetwelk mij echter niet lang bijbleef, doch door dartelheid en' vroolijkheid, die niet zelden tot baldadigheid overging, geheel en al gesmoord werden.

Op zekeren namiddag zat de famüie aan de theetafel en onder vroolijke gesprekken waren wij bij elkander. Op eens staat het hoofd jes gezins op en zegt: „daar is de steek, ik ben niet thuis." Van uit de kamer waar wij gezeten waren, had men het uitzicht op den ingang van de buitenplaats, waarvan het woonhuis eenige minuten verwijderd stond. De waardige en reeds bejaarde leeraar van het dorp kwam huisbezoek doen. De uitgesproken woorden brachten eenige ontsteltenis te weeg, de een voor den ander verliet het vertrek en ik bleef met de vrouw des huizes alleen achter. Wat de leeraar tot die dame gesproken heeft en hoe hij ook tot mij een woord richtte, daarvan kan ik mij niet meer herinneren, alleen dat ik voor den man een

8

Sluiten