Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt afgelegd. Bij mij was het niet anders dan wat studie en onderwjjs mij geleerd hadden, terwijl ik niet de minste kennis had noch van Grod, noch van mijzelve. Trouwens, het onderwijs was dan ook van dien aard, dat ik van achteren zien moest, dat ik van een blinden en dwazen herder dat onderwijs had ontvangen.

Zoo was dan de avond aangebroken, waarop ik ten huize van den predikant in tegenwoordigheid van een ouderling der gemeente, blijken zou moeten afleggen van mijn kennis van de leer der waarheid. Twintig personen w*aren daartoe dien avond bij elkander. De vragen, door den predikant gedaan, behelsden eerst eenige geschiedenissen uit de H. Schrift, en vervolgens eenige algemeene waarheden. Qnder anderen was er ook een eenvoudige vrouw,'die lezen noch schrijven kon. Zij had hare begeerte te kennen gegeven om lidmaat te worden, want ze werd een dagje ouder en mocht ze eens tot armoede vervallen, dan had ze toch altijd nog een steun en ook aanspraak op bedeeling uit de kas der diaconie.

Deze vrouw werd dan ook onderzocht, omtrent de hope die in haar was. Zoo zoude men meenen, doch daar was geen sprake van, haar werd alleen de vraag gedaan, wie de eerste mensch was. Zij beantwoordde de vraag zeer goed, doch onder de menigvuldige vragen aan mij en anderen gedaan, werd geen nadere vraag tot haar gericht en op deze belijdenis werd de ziel als lidmaat der kerk aangenomen. Zoo was dan de vrouw er doorgekomen , ze zeide dat ze er nu klaar voor was, nu moest ze nog aan tafel en dan was ze geheel bezorgd.

Dit hinderde mij wel, doch daar ik even blind was als de anderen, zoo duurde dit echter niet lang. Erger was het, dat ik niet meer had mogen antwoorden, opdat ik dan ook meer had kunnen uitmunten. Dat maakte mij gemelijk en ontevreden. Onder dat alles was ik echter onrustig en bang te moede, en moet ik van achteren opmaken dat die onrust ontstond door een oorzaak die ik toen niet wist, doch die mij later .duidelijk werd.

Welk een onbegrijpelijke lankmoedigheid Gods, die al dat spotten met Zijn Heiligen Naam duldt en draagt. Had Hij met mij naar recht gehandeld, ik was in den eeuwigen poel van jammer en ellende neergestort.

Ik trad daarna als lidmaat der gemeente aan de tafel, at

Sluiten