Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brood en dronk wijn mij tot een oordeel en gewis velen even zoo die met mij aanzaten.

Zoo was ik dan de wereld ingetreden en mijn borst zwol van hoogmoed, dat ik nu een mensch was die ook in aanmerking kwam. Onder dat alles was er één persoon die mij in den weg stond. Het was een eenvoudige bediende, een oud man die mjj telkens opmerkzaam maakte dat mijn weg niet goed was. Nu eens moest ik wederom geboren worden, dan weder was ik verdoemelijk voor God. Od. een anderen tijd zeide hij, dat al mijn deugden en plichten lompen en flarden voor God waren, en dat alleen arme zondaren aan de voeten van den Heere Jezus zalig worden.

Dit hinderde mij zeer, hoewel het mijn onrust telkens vermeerderde en ik, in weerwil van dat alles, alle pogingen aanwendde om weder tot rust te komen, hetwelk mij echter niet gelukje. Overal bleef de man mij met zijn ingrijpende woorden vervolgen, terwijl hij de andere huisgenooten met rust liet en het scheen, dat hij alleen op mij het oog had.

Niet zelden vervolgden mij zijn woorden in den slaap en stond ik 's morgens vermoeid van mijn leger op, ontrust door benauwde droomen. Een van deze, mij altgd onvergetelijk., laat ik hier volgen.

EEN DROOM.

Ik droomde dat ik aan het Avondmaal zou gaan en ging in ernstige stemming naar het huis des gebeds. Aldaar was een tafel aangericht, zóó groot als ik nog nooit gezien had. De plaatsen werden terstond door de inkomenden ingenomen. Het waren mij allen zeer goede bekenden. Ook de oude bediende was daar, hij zat recht tegen mij over. Bijna een uur van akelige stilte ging voorbij, in hetwelk niets bijzonders voorviel dan alleen het inkomen en plaats nemen der personen. Eindelijk komt met plechtigen ernst de predikant en plaatst zich aan het einde van de tafel. Daar doet zich eensklaps een geluid hooren, alsof het gebouw op zijn grondvesten geschud werd, hevige donderslagen en bliksemstralen vermeerderden den angst, terwijl de benauwdheid op ieders gelaat te lezen stond. Hoog uit het koepeldak der kerk komt een engel gevlogen, klapwiekende met zijn vleugels,

Sluiten