Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de eene tot de andere zijde over de tafel. Een hevige knal als een kanonschot wordt gehoord en een der groote zerken in den grond barstte in tweeën, en- van uit de donkere diepte daardoor veroorzaakt, komt een wezen te voorschijn dat ik niet beschrijven kan en dat bij de geopende groeve staan bleef. Toen verhief zich de stem van den engel als een bazuin, roepende: „die onwaardiglijk eet en drinkt, eet en drinkt zich zei ven een oordeel," en even alsof een duizendvoudige echo het laatste woord herhaalde, klonk hei door de gewelven van het gebouw: „oordeel! oordeel! oordeel!"

Sidderende van angst en ontzetting staarde ik den predikant aan, die met bevende knieën dat alles stond aan te zien. Ik zag hoe zijn lippen verkleurden, totdat ze koolzwart waren geworden , vervolgens deelde zich die kleur aan het geheele gelaat mede, waarna hij eindelijk geheel zwart in een stoel nederzeeg Ik zag hetzelfde bij de ouderlingen, die bij hem stonden', ik het mijn oogen langs de rijen gaan, allen waren zwart, zwart als de nacht. Ik sloeg het oog op den ouden man die tegen mij over zat, bij hem echter was het geheel anders, het was of zijn gelaat hemelsch was, zijn aangezicht blonk van vergenoegen, terwijl hij met een onuitsprekelijke zalige uitdrukking de oogen naar boven hield geslagen. Ook ik was niet veranderd, maar zat in ontzettenden angst en vreeslijke spanning te wachten, op hetgeen volgen zou.

Toen ging het akelige wezen, dat onbewegelijk bij de opene groeve had gestaaji, met langzamen tred naar de zitplaats van den dominé, wenkte met zijn hand, waarop de leeraar met allen die met hem waren aangezeten en dezelfde verandering hadden ondergaan, opstonden en het geheimzinnige wezen volgden naar de open groeve. De predikant ging bevende en sidderende, allen volgden. Eindelijk waren zij de diepte ingegaan, toen volgde hun geleider, en andermaal lieten zich hevige donderslagen hooren, de zerk viel met ontzettend geraas neder en de groeve was gesloten. De engel voer opwaarts, verwijderde zich door een der hooge ramen van de kerk en klapwiekende steeg hij naar boven. De tafel was ledig, ik, zat daar nog en tegen over mij de oude

man, anders niemand

Daar klinkt op eens een statig weemoedig gezang door de holle gewelven en duidelijk verstaanbaar waren mg deze woorden:

Sluiten