Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo Gij in 't recht wilt treden

O Heer'! ën gadeslaan Onze ongerechtigheden, '*i?SSïJö

Ach! wie zal dan bestaan? Maar neen, daar is vergeving

Altijd bij U geweest; Dies wordt Gij, Heer'! met beving

Eeoht kinderlijk gevreesd.

Ik hoorde hoe de oude man met luider stem medezong, en toen het laatste woord wegstierf, ontwaakte ik en ziet, het was

een droom. . v|

Toen den volgenden morgen de gevolgen van den droom zichtbaar waren en de ontsteltenis op mijn gelaat stond geteekend, ontweek ik al de vragen daaromtrent aan mij gedaan, vast beeloten zijnde om nooit aan eenig mensch mijn akeligen droom te vertellen. Op allerlei wijzen poogde ik de gedachte daaraan te verbannen, doch het baatte niet, het bleef mij als een prikkel en een nagel diep ingeslagen. Nochtans liet het niet anders na, dan akelige herinneringen, zonder mij tot zelfonderzoek te brengen.

Zoo ging mijn jeugdig leven voorbij zonder zorgen, en was het mij te recht een lente vol bloemen, terwijl ik het allerminste dacht aan mijn Schepper in de dagen mijner jongelingschap, maar als een stekeblinde in gewaande deugd en plichtsbetrachting mijn rust vond, en op hoogst fatsoenlijke wijze een volskhen wereldling was. Daarbij was ik er steeds op uit, mijn kennis te verrijken waarom ik mij met het grootste genoegen er op toe legde, om mij in vreemde talen te oefenen. Mijn opvoeding bracht mede, dat datgene wat laf en onkiesch was, mij walgde, maar dat ik veel smaak vond in huiselijke genoegens. Dit mocht J wel tot voorbeeld voor anderen strekken, dat mgn brave vader er zich steeds op toelegde, om het zijne kinderen in huis zoo aangenaam mogelijk te maken, hetwelk mij dan ook van de Uitspattingen der jonkheid heeft bewaard. Indien dit voorbeeld : meer door ouders uit alle standen werd nagevolgd, dan zouden , do kroegen en koffiehuizen niet zoo overvol zijn.

Met dit alles was ik door en door bedorven, en ik wist het niet Ik was een vijand van God en van den Heere Jezus, ik dacht dat ik'Hem liefhad en ik haatte Hem. Ik was een geestelgke doode en twijfelde er geenszins aan, dat zulk een braaf. 1

Sluiten