Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepseltje hangt. Die hemel werd in één seconde verwoest. De eene ramp volgde op de andere, waaronder slechts ééne verzachting was, dat de dood weldra een einde aan al dat lijden maken zou.

Jammerlijke blindheid! ik droomde van den hemel en ik wist niet, dat ik in de kaken en op den rand van den eeuwigen afgrond lag.

Het was op den twintigsten'April van het jaar 1848, dat des avonds een buitengewone prediker zou optreden. Ik ging daarheen, om wat vreemds uit verre landen of een schoone welsprekende redevoering te hooren. Geen plaatsje was in de kerk onbezet, aller aandacht was geboeid, de mijne wellicht niet het allerminste, want de ervaringen in vreemde landen van den prediker waren zeer belangrijk. Doch toen de spreker die mededeelingen eindigde ging hij op een andere wijze voort en zonder de letterlijke woorden te kunnen mededeelen, kan ik er dit van zeggen: Ik werd overtuigd wie ik was, in Adam zag ik mij staan, recht, naar Gods beeld geschapen, doch dat beeld had ik verloren.' Ik zag mij buiten God staan; beladen met schuld, vloek en toorn; de zonden van mijne jonkheid aan stonden mij levendig voor oogen. Ik zag mijn Schepper tegenover mij als mijn Rechter, Wiens oogen waren als vuurvlammen, en erkende dat ik den eeuwigen dood waardig was, en dat alle hoop en verwachting voor eeuwig voor mij was afgesneden. En toen de prediker zeide dat ik een „nieteling" was, want het was alsof de woorden alleen tot mij gericht waren, beaamde ik het volkomen.

De predikatie was gedaan, maar niet geëindigd. De Heilige Geest was de Naprediker binnen in mij Alle hoorders hadden de kerk verlaten, ik stond verlegen met gebogen hoofd, dat ik niet durfde opheffen; de zerk waarop ik stond, was nat van-mijne tranen. Toen ik eindelijk de oogen opsloeg, zag ik hoe de prediker in den predikstoel lag geknield. Zou de Heere hem hebben bekendgemaakt, dat hij dien avond het instrument was geweest, om een blinde zondaar de oogen te openen ?

Toen ik in mijn woning was teruggekeerd en ik mededeelde, dat wij dachten naar den hemel te gaan, maar voor eeuwig verloren waren, brak de vijandschap uit van haar, die mij het liefste was. Er volgden dagen van jammer en ellende. Tranen waren mijn spijze en mijn bed werd er van doorweekt. De een-

Sluiten