Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij was ledig, en zij was met niets te vervullen dan met den Heere alleen.

Nu bleef het echter een aanklevend leven en ik kon den Heere niet loslaten of ik Hem vinden mocht, steeds pleitende op dit woord: „die Mij zoeken zullen Mij vinden." De uitwendige omstandigheden, hoe distelig en doornig ook, en de vijandschap in mijn eigen huis, kon ik zeer gemakkelijk dragen. Mijn ziel moest gered worden en dat woog mij 't zwaarste. Het is tot roem van Gods genade, dat ik getuigen mag, dat ik in weinige weken veel leerde kennen van den Drieëeoigen God, in het bijzonder van den tweeden perspon en niet minder van mijn eigen onwaardigheid en verdoemelijkheid. .

Toen ik eenige weken in dien toestand had doorgebracht waarin ik nacht noch dag rust had, was ik des morgens zeer vroeg als naar gewoonte in de eenzaamheid. Bezwaard en verlegen boog ik mgn knieën, en terwijl ik mijn hart uitstortte, was het mij of mgn zielsoog werd verhelderd en mij werd afgevraagd, of ik er iets tegen had om als een arme zondaar, op de genoegdoening van een Ander, te worden aangenomen. Ik kon niet anders dan toestemmend antwoorden en gaf mij, daartoe door den eeuwigen Geest gedrongen, voor tijd en eeuwigheid aan den Heere over, die mij vriendelijk toesprak en zeide: „nu zijt gij dan voor eeuwig de Mijne en niemand zal u uit Mijne hand rukken. Ik heb alle uw zonden uitgedelgd door Mijne bloedstorting en al de beloften uit het genadever bond zgn voor u. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar Ik ben met u om er u door te helpen, Mijn oog zal op u zgn, en Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld."

De kracht en de zalving, waarmede dat gepaard ging, kan ik niet mededeelen en nu dacht ik zoo recht uit naar den hemel te gaan Mgn gedaante die vervallen was vanwege de bittere zielsangsten werd veranderd. Mgn ziele was gered en nu had ik niets te doen dan den Heere groot te maken. Maanden verliepen dat er geen twijfel in mgn hart kwam en levendig gevoelde ik de kracht van de genoemde beloften, welke laatste vooral mij mgn gansche leven tot heden tot sterkte zijn geweest.

Maar ellendig schepsel als ik was. Bij al de ontvangen wel-

Sluiten