Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tigen uit Jesaja 40:30: „de jongelingen zullen gewisselijk vallen.''

Het zal niemand bevreemden dat de begeerte om het Evangelie te prediken, al sterker bij mij werd, en het duurde dan ook niet lang of ik had verscheiden kinderen en jongelingen om mij heen vergaderd. Vele oude vromen echter schenen mij te schuwen en te wantrouwen, het waarom werd mjj van achteren duidelijk. Zij beschouwden mijn ijver als blinde ijver en meenden, dat ik een werk had begonnen, waartoe de Heere mij niet geroepen bad. Tot beschaming van die oude vromen mag ik niet nalaten hier te vermelden, dat niet een van hen mij ooit heeft toegesproken of gewaarschuwd.

Dat zij vrees~den dat alles maar verstandswerk was, is niet te verwonderen, want ach! hoevelen zijn er bij wie zich denzelfden ijver heeft geopenbaard, en die later de tegenwoordige wereld hebben liefgekregen. Te meer hadden zij daar reden voor, want ik was altijd gereed om in he,t gebed voor te gaan en ik dacht, (en vele anderen met mij) dat ik een echte geloofsheld was, maar ach! ik was een ellendige brekebeen.

De bekende en geliefde Huntington zegt in zijn „Klein geloof", dat er zooveel kinderen lijden aan klier- en Engelsche ziekte, of aan een waterhoofd, dat komt omdat ze in handen zijn vervallen van slechte bakers en minnen."

Zulks was ook mijn geval. Ik was in handen gevallen, ook al ten gevolge van mijn blinden ijver, van een prediker die niet geloofde aan de eeuwige verkiezing en verwerping. Hij leerde dat de onwedergeboren mensch niet geheel dood was in de zonden, maar dat hij kon hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, alsmede dat de mensch niet zoo geheel verdorven was om niet iets te hebben overgehouden ten goede, on hij alzoo naar eigen wil en keuze het goede kan doen en het kwade laten.

Op welk een gevaarlijk terrein bevond ik mij met zoovele anderen , waar geen vrije genade, maar menschenwil en menschenwerk gepredikt werd; waar de prediker was een drijver van den vrijen wil des menschen en van de leer der algcmeene verzoening, alsmede dat de Heere Jezus Zijn bloed had gestort voor alle menschen zonder onderscheid.

Onder dat alles gevoelde ik, dat er iets ontbrak, ik wist het echter geen naam te geven, doch mijn getrouwe Verbonds-God

Sluiten