Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat onder die prediking Vijanden vielen en de wapenen nederlagen aan de voeten van den Koning, die met de strop om den hals kwamen, om zich op genade of ongenade over te geven. Maar ook hoe andere vijanden er tegen brieschten en in blakende vijandschap tegen den prediker en zijn Evangelie uitbarstten, wanneer zij zich hunne lompen en flarden van eigengerechtigheid zagen afgerukt. En weder anderen die even als de hond van den smid,, eerst pijn gevoelden door de spattende vuurvonken, doch later vereeld werden en onder de prediking verhardden en rustig doorsliepen op hunnen droesem, totdat de dood hen op ontzettende wijze wakker schudde

De grootste vijanden van de leer van vrije genade zijn de „vrome" broeders van Jozef die wel den Koning een weinigje eer toekennen, maar voor zich zeiven er het meeste van nemen. Deze zijn het die zulke predikers gaarne zouden doen verstommen, maar de Koning laat ze geworden en vergunt hen, dat ze als de Gibionnieten nog wat water halen of hout hakken, dan zijn ze toch nog ergens goed voor, terwijl ze aan het rijk van Koning Jezus niet de minste afbreuk zullen doen. En onder al hun woelen en werken zingt de prediker voor zich zeiven zijn bemoedigend liedje:

Hoe het met mij zij gesteld, Naar het lichaam óf naar 't harte,

Hoe door kwaad of pijn gekweld,

Hoe door leed of nood gekneld, ■ Hoe bedrukt door zielesmarte,

'kZeg, hoe mij het hart sohier breek'

„Zwijg niet stille, preek, ja preek."

Schoon de meesten die mij hooren, Luistren met gesloten ooren,

't Zelfde blijven wat zij zgn;

Sohoon mijn arbeid vruohtloos schijn' Weingen aan mijn woord zich storen:

„Houd niet stille, pleit en smeek,"

„Voer uw last uit, preek, ja preek."

Val' mij weinig troost ten deel, ?&Sëi Leed en bitterheden veel, Zijn er velen die mij haten Tot beschimping steeds gereed;

Sluiten