Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbezorgd door het leven fladderde als een vlinder over de bloemen.

Maar de kloppingen mijner consciëntie werden heviger, ik begon te verstaan dat er iets aan mij gebeuren moest en begon meer te onderzoeken. Doch in plaats van uit de bron zelve te putten, zocht ik mijn dorst te lesschen uit de wateren die er uitvloeiden, maar die, hoe verder van de bron at, ook des te minder helder, maar wel zeer troebel en onrein water in zich bevatten. Toen heb ik ingezogen die verderfelijke leer, dat de mensch wat wist, wat wil en wat kan ten goede; door Gods genade mocht ik later verstaan dat de mensch een dwaze worden moet, dat hij niet wil gezaligd worden en niets kan voortbrengen dan zonde en ongerechtigheid.

Toen heb ik onder de prediking gezeten en de verderfelijke schriften gelezen en herlezen, waar de mensch het geloof wordt in handen gestopt en de Heere Jezus Zijn bloed voor de wereld, dat wil zeggen, naar de meening van die dwaalgeesten, voor alle menschen zonder onderscheid had gestort. Ik behoorde tot de wereld en dien ten gevolge meende ik een van de schapen van den goeden Herder te zijn. Bij de gedachte aan die dingen moet ik in aanbidding wegzinken en vragen: „Wel Heere! waarom mij, boven duizenden, uit die strikken der dwalingen verlost?"

Maar de Heere zag in ontferming op mij neder; Hij overtuigde mij, dat het Gods almachtige genade alleen was, die mij uit dien ruischenden kuil moest trekken, want dat ik er ten eenenmale onbekwaam toe was. En toen de bewustheid daarvan mij uit de diepte der ellende roepen deed om genade, toen ondervond ik eerst, hoezeer de Satan zijn prooi aan den Heere Jezus betwistte. O, wanneer ik al de inblazingen van dat helsche wezen moest mededeelen, schaamte zou mijn aangezicht bedekken, dat mijn hart voor al dat gespuis openstond. Die gruwelijke onreinheden , die schrikkelijke Godslasteringen, ze deden mij de bitterste tranen storten, want ik meende, ze kwamen uit mijn bedorven hart. Wat heb ik geworsteld en gekermd, eer ik wist wie en wat de oorzaak was, en niet weinig tijd heeft het geduurd, dat ik meende dat die inblazingen die zonde was, die noch in deze noch in de toekomende eeuw zal vergeven worden.

Maar Hij die het gekir der duiven in de rotskloven hoort, Hij

Sluiten