Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

psalm 68 : 8.

VOORAFSPRAAK.

Heden is het de dag M. H. waarop wij gedenken, dat .groote werk der hervorming, toen de eeuwige God het licht heeft doen opgaan uit het midden van de duisternis en donkerheid, waaronder de waarheid des Euangelies als bedolven en begraven lag. Was het in de dagen van den profeet Elia zulk een tijd, dat hij meende alleen te zijn overgebleven, van wegen de donkerheid waarin Gods Kerk zich toen bevond, niet minder was dit het geval in den tijd der hervorming, toen uit de duisternis van het pousdom dat grote en wonderbaarlijk licht is opgegaan, en de waarheid van onder de puinhopen van romens heerschappij, is te voorschijn getreden.

Edoch, hoe wonderbaarlijk dit werk was, even was ook het middel, hetwelk de Heere Jehova daartoe in zijne voorzienigheid wilde gebruiken, om dit groote werk ten uitvoer te brengen.

Immers, het was geen groote of aanzienlijke, geen edele of rijke, of een man van eer en aanzien, o neen! maar eene, die zich afgezonderd had van de wereld, en als een kloosterling, zich had voorgesteld, zijn leven te eindigen in een naare kerker, waar hij meende door boete engeeselingen zijn zaligheid uit te werken en den hemel te verdienen.

Deze arme Monnik was het namentlijk, Martinus Luther genaamd, die de Heere had afgezonderd, om dat groote werk der hervorming te beginnen en voort te zetten, om niet alleen Zijn kerk te verlossen uit de heerschappij van

Sluiten