Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is het alzoo duidelijk, dat beide woorden met opzet in onderscheiding van èn in nauw verband met elkander gebruikt worden, dan volgt daaruit reeds, dat de beteekenis van xy. (vs. 11) een andere moet zijn dan van rsK (vs. 10), hetwelk dan ook in andere vertalingen niet met „heiligen", maar met wyden (consacreeren), of volmaken, voleindigen, en in de oude Ned. vert.: uitgave van Nic. Biestkens, met volkomen maken is vertolkt. 1).

Wij beginnen met vs. 11; te meer, omdat daarin de reden wordt opgegeven van het „heiligen" in vs. 10. Het ww. xy. en alle nw. die hiermede verwant zijn, zij alle komen af van xyiog: heilig. Dit bijvn. wordt afgeleid van royos» en oftxi, waardoor diepe eerbied, eerbiedige schuchterheid, wordt aangeduid. In onderscheiding van de andere woorden, ook door „heilig" vertaald, drukt xyiog een eigenlijk en absoluut goddelijke eigenschap uit: de eigenschap waardoor de aard van het Allerhoogste Wezen zich kenmerkt. Ps. 99:5, 9; Openb. 4:8. Let er slechts op, dat de Heilige Geest altijd Trvevpx xyiov genoemd wordt. 'Ayix^u heeft dan ook altijd betrekking op de heiligheid van God: hetzij om die te erkennen, te eeren, zoo als in de bede: „Uw naam worde geheiligd," hetzij om zaken of personen in overeenstemming met de heiligheid van God te brengen, door afzondering èn toewijding: en dit weder, öf in voorwerpelijken zin, door voldoening aan de voorschriften van Gods Verbond, of ook innerlijk, door den Heiligen Geest, in den zin van inwendige verandering: Gode gelijkvormig maken, en worden. Zeer opmerkelijk, niet waar, dat de Schrift alleen zulk eene toewijding en zulk eene verandering des menschen voor echt erkent, die aan den maatstaf van God zeiven, aan Gods aard, beantwoordt, gelijk zij uit Hem en naar Hem

Sluiten