Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, en tot Zijne eer. Hoe nietig, hoe laag, hoe onrein, wordt hierbij de deugd, de braafheid, de humaniteit, het genot en geluk, en wat de menschen al zoo meer, van uit den mensch en tot en voor den mensch, hebben uitgedacht, gepoogd en geroemd! Geen zaligheid voor of verbetering van den zondaar, of het moet „heiliging" zijn, vrucht van „geheiligd worden."

In vs. 11 komt xyix^co voor in den hoogsten, in den vollen zin; zonder eenige beperking; als de samenvatting van het werk van Jezus, die geleden heeft en gestorven is om, vs. 10, „de Overste Leidsman der zaligheid" te zijn. Jezus heiligt; Hij is het „die heiligt", de heiligmakende; zijne „broeders" zijn de geheiligd wordenden door Hem, die zelf niet noodig had in dezen zin geheiligd, tot God gebracht en inwendig naar Gods beeld vernieuwd te worden: dewijl Hij heilig is, de Zone Gods.

't Is duidelijk dat de schrijver met dit „heiligen" hier, evenals in andere plaatsen van den brief, ook het oog heeft op de heiliging in het O. T. geëischt door de wet. Geheel deze brief heeft de strekking aan te wijzen, dat de eeuwige Zoon van God, die een weinig minder dan de Engelen geworden was, van wege Zijn lijden en sterven in de menschelijke natuur, de vervuiler is van den O. T. Ceremoniëndienst. Israël was, en moest den Heere een heüig volk zijn: daarop wezen,daartoe dienden al de inzettingen en rechten van het Oude Verbond. Wat nu het bloed van stieren en bokken slechts uitwendig kon doen, Heb. 9:13: „heiligen («7.) tot de reinigheid des vleesches," dat doet het bloed van Christus in waarheid en volmaaktheid, vs. 14: nl. „het geweten reinigen (nxSxpl&iv) van doode werken, om den levenden God te dienen."

Het w.woord: KX$xpl%a>, xxSrxlpw met afgeleide nomina meermalen hier en elders gebruikt, en bij ons door „rei-

Sluiten