Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(evSoJ-ov) in-heerlijk, door en door heerlijk, zou Toorstellen. De Gemeente heilig, opdat zij heerlijk zij! Heerlijk in zich zelTe, heerlijk Toor God en Christus, heerlijk in de genieting der heerlijkheid Tan God en het Lam.

Voeg daarbij o. m., dat in Rom. 8:30 niet, (zooals in 1 Cor. 1:30 rechtTaardigmaking door heiligmaking) „gerechtTaardigd" geTolgd wordt door „geheiligd", maar door Terheerlijkt", föot-xtre) dan ziet gij nog inniger de beteekenis en de onderlinge betrekking Tan: heerlijkheid en heiligheid, Tan verheerlijken en tot de heerlijkheid leiden en Tan heiligen aangewezen. Waarom anders plaatst Paulus daar, Rom. 8:30, „Terheerlijkt," dadelijk na „gerechtTaardigd", en dat zonder Tan „geheiligd" eens te spreken? Waarom anders, dan omdat, naar den aard der zaak, naar den wil en de werking Gods, heiligen in beginsel, in wortel en tak, verheerlijken is; en omdat de gekenden Gods, die „Terordineerd zijn den beelde Zijns Zoons gelijkTormig te worden, opdat Hij de eerstgeborene zij onder Tele broederen," Tolkomen geheiligd zullen zijn, zoodra zij Terheerlijkt worden: of wilt gij, de heerlijkheid zullen beërTen in Tolmaking hunner heiligmaking in de Treeze Gods? Hij die heiligt, is de met heerlijkheid (ïïo^x) en eere (ri/tti) gekroonde Jezus, die geleden heeft ts. 9. Zij die door Hem geheiligd worden, hebben daarin het begin en den waarborg, Ef. 1:13, 14, hunner Tolkomene Terlossing en Terheerlijking. Zij zijn door die heiliging één met Hem, in eenheid Tan leTen en lot, die als hunner één geworden is, in Zijne Trijwillige ZelfoTergaTe aan den Vader, tot den dood: naar het welbehagen Gods, die Hem heeft Ternederd en Terhoogd, en Tan Wiens genade zoowel de Zaligmaker: „Hij die heiligt", als „de geheiligd wordenden" de Trucht zijn. „Want Hij die heiligt, en zij die geheiligd worden zijn

Sluiten