Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken, voleindigen, vertaald te worden. Door „wijden, inwijden", is het nergens in den Staten-bijbel vertaald; evenmin door ordineeren of bevelen, in welken zin de Kantt. het hier opvat. Hier is dan ook geen sprake van een eisch, dat Christus Zich zou bekwaam maken „door den dood des kruises tot zijne heerlijkheid," maar, van een daad van God zeiven: dat de Vader Hem daartoe zou „volmaken," voleindigen. Dat ziet de Kantt. ook voorbij. 3) Daarbij komt, dat de wil des Vaders, dat Christus Priester zou zijn, en de ordinantie tot dat ambt, (behalve elders, o. a. Joh. 10:36), ook in dezen zelfden brief door andere woorden wordt aangewezen. Zie slechts Hebr. 10: 21, waar Ps. 40 wordt aangehaald: „Ik kom om uwen wil te doen"; Cap. 5:10, Hij is van God genaamd een Hoogepriester naar de ordening van Melchizedek; c. 7:28 de wet stelt (xx$l<m}o,i) tot Hoogepriesters menschen die zwakheid hebben: maar het woord der eedzwering, die na de wet is (gevolgd, stelt) den Zoon die in der eeuwigheid geheiligd is.

En in dezen laatsten tekst wordt het stellen tot Hoogepriester wel degelijk van het volmaken (rsX.) onderscheiden : want in het Grieksch staat voor ^geheiligd": rereteiufisvov, volmaakt.

Het gezegde van Jezus, Joh. 17:19: „en Ik heilig My zeiven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid," kan volstrekt niet dienen, om te bewijzen dat „heiligen" in onzen tekst in dien zelfden zin bedoeld is. Om de alles afdoende reden: dat Jezus daar niet „Teteiów" gebruikt, maar xyix^ai; xyix^co ifixurov. In dat gebed gebruikt de ware Hoogepriester ook het woord reXs'toco; in vs. 4 en vs. 23; doch in gansch anderen zin dan xyix^u. Lees slechts. In vs. 4: „Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen; vs. 23: opdat zij vol-

Sluiten