Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben kunnen uitroepen: het is volbracht; zou Hij niet de heiligende, zou Hij niet een waar Hoogepriester, de ware Hoogepriester naar de ordening van Melchizedek, hebben kunnen zijn. Juist op dat offer, dat offer des lijdens en des stervens, kwam het aan. Dat was het middenpunt van al Zijn werk voor God en de kinderen Gods. Moesten de handen van A'aron en zijne zonen gevuld, volmaakt, worden door de vulo&ers, Hij kon het Priesterambt niet bedienen zonder dat het offer, het ééne offer, waarop alle offers zagen, in Zijne hand gegeven werd; en dat offer kon geen ander zijn dan Hij zelf! Zou Jezus Christus tot Zijne bestemming komen, volkomen worden als de Middelaar Gods en der menschen, als de Gezalfde Gods en de Zaligmaker der Zijnen, dan moest in Hem offer en offeraar samenvallen; dan moest God, van Wien het werk der zaligheid uitgaat, Hem, dien Hij tot den Oversten Leidsman der zaligheid verkoren, aangesteld en gezalfd had, in lijden brengen en dood, om Hem door lijden zóó te volmaken, dat God zelf het Amen kon uitspreken op Zijn jubelkreet: Het is volbracht! en Hem kroonen met heerlijkheid en eere.

Hoe treffend past deze beteekenis voor het doel van den Hebreër-brief: om den Joden, die van de wet de zaligheid verwachtten, en zich vastklemden aan hetAaronitische Priesterschap; die zich ergerden aan een vernederden, lijdenden, gekruisten Messias, hun misbegrip duidelijk te maken. Dat de Messias „de Overste Leidsman der zaligheid" zou wezen — zie, dat geloofden de Joden wel, maar zij verwachtten zulk een Leidsman met aardsche heerlijkheid. Nu wil de schrijver, o. i. Paulus, hun in dit cap. aantoonen, dat. Jezus, de ware Messias, die wel een weinig minder dan de Engelen „geworden was", (niet: was of is, maar geworden was) nu ook inderdaad met heerlijkheid en eere is gekroond. Die heerlijkheid is voor Hem de vrucht

Sluiten