Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANTEEKENINGEN.

*) bl. 68. De Luth. vert. heeft voor TSX. volkommen machte; de Engelsche: perfect; de Vulgata: consummare; Oalvijn: consecrare; Beza: consummaret, doch Tremelliua: perficeret. Ook van onze „oude schrijvers" verkiezen o. a. Hartman, H. Groenewegen, Wilsius de vertaling: volmaken.

*) bl. 74. Oalvijn zegt: anderen vertalen: perficare, volmaken, voltooien. Maar dewijl het woord TSX. een twijfelachtige, dubbelzinnige beteekenis heeft (ambiguae sit significationis) oordeel ik, dat de vertaling die ik gegeven heb: consecrare, wijden, in 't oog vallend beter met het verband strookt.. ..'' Het bewijs daarvoor blijft echter achterwege: de verklaring van het geheele vers wordt reeds door het „ consecrare" beheerscht. Opmerkelijk is hierbij zeker wel, dat Oalvijn Heb. 10:1 vertaalt: Perflcere (vel Sanctificare, heiligen); dat hij in de verklaring van 9 : 9 zegt: Perflcere niet te verwerpen, hoewel hij Sanctificare meer overeenkomstig het verband acht; en vooral dat hij zelf Cap. 7:28 vertaalt: Perflcere. Evenzoo Cap. 7:19 en 11:40; terwijl hij 10 : 14 heeft consecravit (vel perfecit).

't Is o. i, dan ook daghelder, dat TfX. in dit vers en in cap, 5: 9, beide door Owen, Klinkenberg en and. tot bewijs voor de gegrondheid van hun vertaling van TfA. in 2i 10 aangehaald, volstrekt niet van ingewijd zijn tot, maar van een voleindigd zijn als Hoogepriester: door het reeds aangebrachte offer, te verstaan zij. Zoo moest men ook niet voorbij zien, dat in 2 : 10 het verband volstrekt niet zegt waartoe het T£A. diende, maar waardoor het zou geschieden. Inwijden, heiligen in ambtelijken zin, geschiedt tot iets: tot het brengen des offers; maar hier wordt gesproken van iets waardoor de gewijde priester in dat werk zou voleindigd, volmaakt worden. En wel door lijden. Tegenover Owen's uitlegging: „'t Betaamde God dus den Heere Christus in te wijden en te heiligen tot dit gedeelte van zijn Ambt door zijn eigen lijden", mag men vragen: Of Christus niet reeds van het begin Zijns lijdens af, als de ingewijde Priester geleden heeft? Wat hij uit Greg. Naz. aanhaalt aangaande de Heidenen, ziet op de persoonlijke geschiktheid van den priester, en zou dus tot een gansch onware gevolgtrekking moeten leiden. Lees slechts: „Niemand kon worden gewijd, TfA, tot de geheimen van Mithra (de Zon) tenzij hij zich bewees heilig te zijn, en als 't ware onschendbaar, door te hebben ondergaan vele trappen van straffen en beproevingen." Dit hetgeen Owen eenige regelen verder zegt, kan men opmaken, dat hij zelf het gewaagde van zulk een toe-

Sluiten