Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5'. dat ze voor het Doctoraat niet verkiesbaar worden gesteld dan na behoorlijke examinatie van studiën en godzaligheid; en

6°. dat deze kerkelijke Doctoren voor hun ambt aangewezen worden door de Kerk, en in hun ambt ingezet hetzij door den kerkeraad, indien ze plaatselijk beroepen zijn, 't zij indien ze voor een kerkelijke kweekschool zijn aangesteld, door de classis of synode die deze kweekschool heeft gesticht."

Wij schreven al die punten over, om er eens de aandacht op te vestigen: zonder daarover thans ons gevoelen te zeggen. Om reden bovengenoemd, dat wij thans niet over de organisatie van het Ambt, maar over bekwaamheid en graad, mede ter voorbereiding van die organisatie, handelen. De door ons onderschrapte regel in punt 5 komt ons hier al aanstonds te stade.

Ook Dr. Kuyper acht het diensvolgens een vereischte, dat de behoorlijk verleende graad voorafga aan het Ambt: en dat die graad niet verleend worde zonder degelijk belijnd onderzoek, m. a. w. „na behoorlijke examinatie" van „studiën" en van „godzaligheid", d. i. zoowel van geestelijke geschiktheid als van wetenschappelijke bekwaamheid.

Gewichtige vragen treden ons nu al dadelijk tegemoet. Als daar zijn:

A. In welke verhouding hebben Kerk en School hiertoe te saam te werken ?

B. Is het nu reeds de tijd voor de Ghrist. Geref. Kerk en hare Theol. School?

C. Zou het niet beter zijn, voor goed deze kwestie ter zijde te stellen?

D. Indien niet — is er oorzaak om ons te benaarstigen tot de goede regeling en verleening van het Doctoraat?

Sluiten