Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— gij leest haar 1 Kon. 14: 14c — kwam onwillekeurig in mijn gemoed toen mijne gedachten, het ten einde spoedend jaar vooruitsneliende, aan de ingang van 't nieuwe jaar als het ware stil hielden, om te vragen wat 1869 in zijn schoot verborgen hield. Om de sluijer op te ligten en de toekomst in het gelaat te zien... Waarlijk, geheel onverschillig kan niemand zijn voor wat de da1? van morgen zal baren. Is het denkbaar dat er iemand zou wezen, door wien het leven nog iets meer dan een nietig spel wordt geacht, die niet één oogenblik op dezen nieuwjaarsdag aan de toekomst denken zou? Als is het veelszins in andere stemming, onder andere omstandigheden, met andere bedoelingen, en andere verwachting en wenschen, waarin wèl de grootste verscheidenheid zal gevonden worden, de vraag van Ahia wordt alom herhaald. En gij, die door, uw hier-zijn toont dat gij het jaar met God wilt beginnen, gij althans stelt allen groot belang in hetgeen dit jaar aanbrengen zal? Dan is ook die vraag zoowel in uw als mijn harte gekomen. En, 't zij gij min of meer een antwoord meendet te kunnen vinden, of ook een antwoord gereed hebt dat gij gaarne vernemen zoudt als de zekere aanwijzing van uw en anderer lot; wat gij ook bij die vraag hebt gedacht ; vreemd, ongepast, vindt gij het in elk geval zeker niet dat uw voorganger in de dienst van God, den God der eeuwigheden; uit wiens hand 't verledeue kwam, door wien wij thans zijn die wij zijn, van wien ook de toekomst van allen en alles afhangt; thans begint met die vraag uit uw hart voor uwe ooren uit te spreken, om u te zeggen wat in het licht van Gods woord over zulk vragen naar de toekomst geoordeeld moet worden, en welk antwoord naar de heilige bladen daarop kan worden gege ven. Mogt onze nieuwjaars-overdenking', die wij u thans laten hooren, door den Heere worden gezegend, om u allen den raad te doen opvolgen dien wij u ten slotte wenschen te geven. Dan zoudt gij, vanhier gaande, op de vraag: wat zal er ook nu zijn? u zeiven het antwoord mogen geven: 't zal alles wel zijn ! >

Luistert dan met open ooren en biddende harten van t begin tot het einde. En kom Gij, o Alregerend God, wiens jaren niet klimmen noch ooit geëindigd worden, in deze onze eerste zamenkoinst van dit jaar in Uw huis in het midden van ons, Amen.

I.

wat zal er ook nü zijn ? Veelomvattend en gewigtig is deze vraag, hetzij iemand ze doe met het oog op zich zelven}

Sluiten