Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die rampen niet erkend en betreurd ? Geliefden, zeker, wij mogen Gods langmoedigheid en velerlei zegen in zoo menig opzigt volstrekt niet voorbij zien. Zijn naam zij daarvoor geloofd! Hij zij ons verder mild en goed ! Maar 'k vraag: ziende op ons zeiven, op den toestand van hart en huis, van stad en land, van vorst en volk, van maatschappij en staat, van kerk en janti-christendom, is er dan geen reden om Ahia's vraag met een beklemd hart en bevende lippen te herhalen ?

Ja gewis- hoor ik u zeggen; doch, met dat al, wij krijgen op die vraag toch geen antwoord; de toekomst blijft verborgen, en zoowel de ernstige als de onverschillige vrager moet zijn weg in onzekerheid blijven bewandelen. Wat moet ik u hierop antwoorden ? Ontkennen laat het zich niet: niemand komt heden te weten wat God eerst morgen doet komen. Maar, vóór gij hieraan u ergert, onderzoekt eerst waarom God voor ons de toekomst verbergt, en daarna wat u ten waarborg tegen die onbekende toekomst te doen staat.

Dat de toekomst op onze vele vragen het zwijgen bewaart, daarin hebben wij de vrijmagt te aanbidden van Bern die, als de Heere van allen en alles, met het heir des hemels en de inwoners der aarde handelt naar Zijn heilig welbehagen. Laten wij onze geheele Jnaf nankelijkheid eiken dag, ja elke seconde, bij vernieuwing er uit leeren, om steeds Zijne hulpe te zoeken, nimmer Zijn bestuur in eenige zaak vooruit te loopen, maar altijd dankbaar en biddend te volgen. Nu kan dikwerf de nood ons afschrikken van de zonde, en uitdrijven tot God; maar, zoo wij vooruit wisten van de redding die spoedig zal komen, waren wij dan niet in gevaar dat die wetenschap onzen ernst zou verminderen, en ons den zegen, in het aanhoudend bidden verborgen, zou doen missen ? Zouden wij dan wel die blijdschap smaken, dien prikkel tot dankbaarheid voelen, als wanneer God boven bede en denken op 't onverwachtst uitredding geeft ? En tér andere zijde, elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad. Daarom zou de last des levens te zwaar worden indien wij heden ook al het kwaad van morgen hadden te torschen. Moeder, wat baart het onderhouden en opvoeden van uw kroost u veel moeite en zorg! k Weet reeds wat gij antwoorden wilt. Die last valt u ligt, wijl de liefde u beweegt en de hoop u bemoedigt. Indiën u echter eens op dezen dag werd voorzegd dat God het kind, om welks wil gij a de meeste slapeloozen nachten getroost, vóór het einde des jaars van u zou nemen, hoe zoudt gij dan te moede zijn? Ontvalt n uw kind onverwachts, dan zal gewis uw harte treuren: maar

Sluiten