Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar, strijdt niet het een tegen het ander? Hoe kan het waar zijn dat allen lijden, sommigen zelfs gedood worden, zullen, en nogtans van niemand hunner een hoofdhaar verloren zal gaan ? Dit is te verstaan, niet wanneer de zaak van de zijde des menschen, van uit de omstandigheden, maar wanneer zij van de zijde Gods wordt beschouwd. De ware christen gelooft; en o, hoe liefelijk is hem die wetenschap; bij het bloeden der wonden, bij het torschen van het kruis : al die jammer is niets vreemds; Jezus laat ze komen; Hij weet dus altijd hoe het met hen is, Hij heeft de zorg voor alles op Zich genomen ; en met al wat Hij hen doet ondergaan heeft Hij een goed doel, Hem verheerlijkend, en heilrijk voor hen. De Heere rekent voorspoed en tegenspoed, winst en schade.naar een anderen maatstaf dan die onder de menschen op de wereld gangbaar is. Ook de geloovige heeft dit geleerd. Verlies van aardsch geluk om's Heeren wil blijkt in beginsel, reeds hier, en zal vooral, zelfs verlies van het leven om 's Heeren wil, hiernamaals blijken eeuwige winst te zijn. Jezus zegt niet dat geen haar hen zou ontvallen of met smartelijk geweld uitgerukt worden; maar, dat geen haar verloren zou gaan. Elk haartje is geteld; elke traan, tolk van het naar God schreijend gemoed, wordt in Zijne flessche vergaard en bewaard. Tot alles waartoe Hij hen roept ontvangen zij kracht; onder alles wat hen bejegent de vertroostingen des Heiligen Geestes; van alle werken en strijden en lijden eenmaal de vrucht. Wat anderen hun ten kwade denken wordt door God hen ten goede gedacht. De dood, zelfs de marteldood, • is hun geen rtimp, maar een snel voertuig ten hemel. //Genade" en „niets ontbroken" zóó spreekt aan het einde der baan hun ervaring en dankbaarheid zich uit. Wel zouden de discipelen; en 't gaat nog den christen niet anders; veel „waaiomV hebben, waarop zich geen antwoord liet geven. Maar, 't geloof vindt, het weet, de „daarom's" in God, die eenmaal alle tranen zal droogen, al het hier duistere van Zijn bestuur zal verklaren. O, zalig die toekomst! Dan wordt alle strijd bekroond, alle werken beloond, alle vijanden gefnuikt en gestraft!

„niet een haar van üw hooed zal verloren gaan." HierOp

mogten zij dus zeker staat maken. En het vast geloof hiervan zou hen boven het nijpendst leed en het smartelijkst wee verheffen.

Hebt gij dit goed begrepen, Toehoorders ? Verstaan hoe het een in verband met het ander waarheid kan zijn ? Hebt gij de discipelen gelukkig leeren achten die wij met zulk een belofte tegen zulk een toekomst zagen gewapend? Welnu, verblijdt gij u dan ook. Even gerust als zij kunt gij het

Sluiten